WASHINGTON - President George Bush noemt Condoleezza Rice ’de ontklemmer’, omdat zij zaken die in Irak klem waren gelopen heeft "ontklemd". Als opvolger van minister van buitenlandse zaken Colin Powell krijgt zij als taak de vastgelopen Amerikaanse diplomatieke machine weer op gang brengen.
Als nationaal veiligheidsadviseur in de eerste ambtsperiode van Bush moest Rice als buffer dienen tussen Powell en minister van defensie Donald Rumsfeld. Ze moest een Noord-Aziëbeleid ontwikkelen dat Noord-Korea ertoe moet brengen zijn nucleaire ambities te laten varen, de president adviseren over de nucleaire dreiging van Iran en een koers uitstippelen voor het vredesproces in het Midden-Oosten. Dit laatste zal veel van haar aandacht vergen nu de regering door het verscheiden van de Palestijnse leider Yasser Arafat op een doorbraak hoopt.

Rice, ’Condi’ voor intimi, is geboren in Alabama in de tijd dat daar nog rassenscheiding bestond. Zij was de eerste vrouwelijke en de eerste zwarte nationale veiligheidsadviseur. Zij wordt door vrienden omschreven als bijzonder intelligent, welbespraakt en charmant. Behalve een gestaalde manager is zij een begaafd pianiste en een sportfanaat. Ze zei eens voor de grap dat de enige baan die zij buiten haar huidige functie ambieerde die van hoofdbestuurder van de nationale footballbond was.

George Bush ontmoette zij voor het eerst toen zij in 1995 zijn vader opzocht in Texas. Ze spraken bij die gelegenheid vooral over sport, hun beider passie. Toen Bush presidentiële ambities kreeg, onderrichtte zij hem over de internationale politiek. Bush zegt dat hij Rice zo waardeert omdat zij de dingen kan uitleggen op een manier die hij begrijpt.

Rice huldigt conservatieve standpunten. Zij vindt dat de VS slechts bij uitzondering aan humanitaire missies moeten deelnemen en niet zo maar alle internationale verdragen moeten ondertekenen. Bij alle beslissingen moet het Amerikaanse belang centraal staan. "Er is niets verkeerds aan om iets te doen wat de hele mensheid ten goede komt, maar dat is, in zekere zin, een bijkomend effect", zei ze eens.

Critici zeggen dat Rice als nationaal veiligheidsadviseur teveel problemen heeft laten liggen en zich in de machtsstrijd tussen de ministeries van buitenlandse zaken en defensie krachtiger had moeten laten gelden. Maar Rice, die afgelopen zondag 50 is geworden, is niet iemand die over zich heen laat lopen.

Michael O’Hanlon van het vermaarde Brookings Instituut, denkt dat Rice een goede minister van buitenlandse zaken zal zijn. "Het is een baan met meer prestige dan nationaal veiligheidsadviseur, ook al is de afstand tot haar politieke baas, de president, groter."

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig