BRUSSEL - De landen van de Europese Unie hebben definitief groen licht gegeven voor het sturen van een civiele missie van ordehandhavers en juristen naar de Zuid-Servische provincie Kosovo, die naar alle verwachtingen zondag unilateraal haar 'onafhankelijkheid' zal uitroepen. Die 2.000 man sterke missie moet trouwens de Kosovaarse onafhankelijkheid 'begeleiden'. Dat heeft het Franse persagentschap AFP zaterdag uit diplomatieke bron vernomen.
Tot vrijdag middernacht hadden de EU-landen de tijd om enig bezwaar tegen het sturen van deze missie in te brengen. Aangezien niemand zijn stem heeft verheven, is het besluit 'stilzwijgend' goedgekeurd.

Een prompt vertrek voor de missie zit er niet in: het eerste contingent zou pas over een of twee weken vertrekken. De eerste groep moet ter plaatse de ontplooiing, gespreid over vier maanden, voorbereiden van de 1.500 politieagenten en 250 juristen en advocaten. Na die vier maanden verloopt het mandaat van UNMIK, het VN-contingent dat al sinds 1999 in Kosovo verblijft.

De stilzwijgende goedkeuring betekent niet dat alle EU-landen even opgetogen zijn over het idee van een onafhankelijk Kosovo. Hoewel steeds wordt gehamerd op de 'uniciteit' van de zaak-Kosovo, hebben met name Cyprus (wegens Turks Cyprus), Spanje (de Basken en de Catalanen), Griekenland, Bulgarije, Roemenië en Slovakije bedenkingen bij de precedentswaarde van het geval en/of de legaliteit van de nieuwe (mini-)staat. 'Kosovo' druist immers in tegen de bepalingen van VN-resolutie 1244.

Verwacht wordt dat de grote propagatoren binnen de EU van Kosovaarse onafhankelijkheid -Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië- bijzonder snel gaan zijn in hun diplomatieke erkenning van Kosovo: mogelijk volgt die erkenning maandag al. Toen begin van de jaren ’90 Slovenië en Kroatië zich van Joegoslavië afscheidden, was Duitsland het land dat zelfs de EU koud pakte door onmiddellijk de nieuwe staten te erkennen.