In het volledig ingestorte hotel Villa Therese in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince zijn twee Nederlandse gezinnen omgekomen. Dat stelde hoteleigenaresse Roberta Vellard zaterdag. Eén stel met kind is vrijdag door het hotelpersoneel uitgegraven. Het tweede stel, met twee kinderen, ligt nog in het puin.
Vellard vertelde dat het gebouw dinsdag in luttele seconden instortte en van degenen die zich binnen bevonden, vrijwel niemand dat heeft overleefd. 'Toen het begon te beven keek ik snel om me heen om te zien wat er gebeurde. Toen ik mijn blik weer op het hotel richtte, was het er niet meer.'

Tijdens de aardbeving van dinsdag verbleven vier Nederlandse stellen in Villa Therese. Ze waren in Port-au-Prince om een kind te adopteren. Twee stellen hebben de ramp overleefd en zijn inmiddels gerepatrieerd, inclusief kinderen. Eerst hadden ze Vellard aanwijzingen gegeven voor het vinden van de slachtoffers.

Die bevonden zich tijdens de ramp op de tweede en derde verdieping van het gebouw. 'Gisteren om drie uur vonden we een hand die uit het puin stak,' aldus Vellard. 'Daarna zijn we verder gaan graven en om zes uur konden we het eerste stel uit het puin halen. Ze lagen omarmd, heel dicht op elkaar.'

Zaterdagochtend lagen de drie lichamen, provisorisch ingepakt in zwart plastic, voor de berg met puin dat eens een familiehotel was. Ze werden door het Nederlandse reddingsteam uit de zon gelegd in een verlaten hotelkamer in aanbouw, in een vleugel die niet is ingestort.