STOCKHOLM - In Zweden gaan de kiezers naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. De stembureaus zijn om acht uur open gegaan en sluiten om acht uur zondagavond. Volgens opiniepeilingen is de verkiezingsstrijd een nek-aan-nekrace tussen linkse en rechtse partijblokken.
Hoewel de partij van de sociaal-democratische premier Göran Persson vrijwel zeker de grootste wordt na de stembusgang, is het nog maar de vraag of hij kan aanblijven als regeringsleider. De sociaal-democraten, al zestig jaar bijna onafgebroken aan de macht, dreigen niet voldoende steun in het 349 zetels tellende parlement te krijgen om door te gaan met regeren.

Centrumlinks instabiel

Perssons partij heeft de afgelopen vier jaar steun gekregen van de voormalige communisten en de Groenen voor een meerderheid in de Riksdag. Beide partijen willen nu echter hun steun beloond zien met ministersposten na de verkiezingen. De 53-jarige premier weigert dat echter vooralsnog en heeft daarmee het hele centrumlinkse blok op de tocht gezet.

Bijkomend probleem is de zwakke positie van de Groenen. Ze halen zondag mogelijk de kiesdrempel van 4 procent niet, waardoor het centrumlinkse blok een meerderheid in het parlement vrijwel zeker kan vergeten.

Het centrumrechtse blok van gematigden, liberalen, christen-democraten en centristische partijen, ging aan het begin van de campagne voortvarend van start en kaapte traditionele sociaal-democratische thema's als sociale zekerheid, volksgezondheid en onderwijs weg. Daarnaast schermden ze ook nog met een belastingverlaging.