Kloof allochtone en autochtone leerlingen ,,moreel onaanvaardbaar''
BRUSSEL - Het Vlaamse onderwijs slaagt er niet in mensen met een andere komaf te integreren in de samenleving. De Vlaamse scholen tellen bovendien maar erg weinig kinderen van allochtone origine. ,,Het staat als een paal boven water dat we niet goed bezig zijn’’, stelt Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A).
Vandenbroucke reageert daarmee op de resultaten van het onderzoek van de OESO naar de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen op het vlak van wiskunde, leesvaardigheid en wetenschappen, waarbij de invloed van migratieachtergrond werd bekeken. Het rapport focust op veertien landen en vier partnerlanden. De organisatie onderscheidt drie categorieën leerlingen naar migratieachtergrond: leerlingen die geboren zijn in het land van de testafname en minstens één van hun ouders ook (autochtone leerlingen), leerlingen die geboren zijn in het land van de testafname maar met ouders die elders geboren zijn (tweede generatieleerlingen) en leerlingen die net als hun ouders in een ander land geboren zijn (eerste generatieleerlingen).

Volgens het onderzoek blinken de Vlaamse leerlingen uit in wiskunde. Ze staan wereldwijd aan de top. Alleen slaagt het Vlaamse onderwijssysteem er niet in de tweede generatieleerlingen verder te brengen dan de voorlaatste plaats. Het verschil tussen autochtone en tweede generatieleerlingen is bijzonder groot. ,,Moreel onaanvaardbaar’’, noemt Vandenbroucke dat. Onderverdeeld op een schaal van competentieniveaus, beschikt slechts 7,3 procent van de autochtone leerlingen niet over de basisvaardigheden in wiskunde. Van de tweede generatieleerlingen gaat het om 42,3 procent, terwijl dat cijfer bij de eerste generatieleerlingen 29,2 procent bedraagt. Dat leerlingen die langer in Vlaanderen aanwezig zijn (tweede generatie) zwakker scoren dan zij die hier ’pas’ aankwamen (eerste generatie), valt wellicht te verklaren doordat in die tweede groep veel Nederlanders zitten. De resultaten voor lezen en wetenschappen tonen eenzelfde tendens, zij het iets minder scherp.

Opmerkelijk is evenwel dat Vlaanderen maar een laag percentage vijftienjarige leerlingen met een allochtone achtergrond telt. Het gaat om slechts zeven procent van de Vlaamse steekproef. ,,Dat maakt het des te erger’’, vindt Vandenbroucke. ,,We slagen er niet in het goed te doen voor zelfs zo’n kleine groep (...) We hangen niet achteraan het peloton, maar we hebben een grote achterstand op het peloton.’’