JERUZALEM - Het Israëlische Hooggerechtshof heeft zondagochtend beslist het beroep te verwerpen tegen de vernieling van Palestijnse huizen in Rafah door het Israëlische leger. Het beroep was ingediend door verschillende Palestijnen wiens huis werd afgebroken. Israël beroept zich op het recht tot afbraak, omdat ze meent vanuit die huizen te worden aangevallen.
De rechters laten de vernielingen nu toe, maar enkel "indien ze gebeuren omwille van operationele redenen of omdat het leven van Israëlische soldaten in gevaar is". Volgens het Hooggerechtshof beantwoordden de vernielingen van de afgelopen dagen aan die voorwaarde "en zijn ze niet ingegeven door overtuiging of bestraffing".

Een nieuw beroep tegen de beslissing van zondag zou volgens een regeringsverantwoordelijke niet meer mogelijk zijn "als aan de voorwaarden werd voldaan".

Zaterdag had het Hooggerechtshof in kort geding een tijdelijke ban op de vernielingen uitgesproken. Ten gronde blijkt het leger de rechters te hebben kunnen overtuigen van de militaire noodzaak om de huizen te vernielen.

De voorbije dagen werden meer dan 80 huizen van Palestijnen afgebroken in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook. Zo'n duizend mensen werden dakloos en reageerden woedend. De afbraakpolitiek krijgt internationaal tegenkanting. Zaterdag veroordeelde VN-secretaris-generaal Kofi Annan deze praktijk. Ook de VS zijn bij monde van Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell op een persconferentie in Jordanië gekant tegen de vernieling van Palestijnse huizen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig