DRESDEN - De Europese Unie wil de procedures rond echtscheidingen van paren met een verschillende nationaliteit minder duur en tijdrovend maken. Internationale paren zouden reeds voor het huwelijk een contract moeten kunnen maken waarin afgesproken wordt welke nationale wet van toepassing zou zijn bij een echtscheiding, zei de Duitse minister Brigitte Zypries maandag op een informele bijeenkomst van de Europese ministers van Justitie in Dresden.
In het hedendaagse Europa met vrij verkeer van personen vinden steeds meer grensoverschrijdende huwelijken plaats, maar ook deze verbintenissen houden niet steeds stand. Volgens gegevens van de Europese Commissie hebben jaarlijks zo’n 170.000 van de 875.000 echtscheidingen in de Unie betrekking op koppels met een ''internationaal karakter''.

Dat zorgt niet zelden voor dure en ingewikkelde procedures met vaak een onvoorspelbare afloop, want de juridische bepalingen over echtscheidingen verschillen enorm van lidstaat tot lidstaat. In Oostenrijk bijvoorbeeld kan een huwelijk reeds na een half jaar ontbonden worden met wederzijdse instemming. In Ierland daarentegen beslaat die periode liefst vier jaar. In het Maltese recht is dan weer helemaal geen sprake van echtscheidingen.

De ministers kwamen maandag zo goed als unaniem tot het besluit dat de inhoudelijke bepalingen van het nationale recht niet ter discussie kunnen staan. Wel willen de meesten nadenken over gemeenschappelijke afspraken die de afwikkeling van echtscheidingen makkelijker kunnen maken.

Het Duitse EU-voorzitterschap wil alvast dat scheidende paren de maximale vrijheid behouden om samen te kiezen welk recht van toepassing wordt en in welke rechtbank een zaak wordt behandeld. Dat is ook de teneur van een voorstel dat de Europese Commissie vorig jaar deed.

Sommige lidstaten vrezen echter dat zo’n afspraken ertoe leiden dat het recht van een andere lidstaat wordt gehanteerd in hun rechtbanken. Met name Malta heeft al voor een uitzonderingsregeling gepleit omdat het eiland vreest dat zijn rechtbanken echtscheidingen zouden moeten behandelen.

Het gebeurt zelden dat de Europese justitieministers op een informele raad zo uitgebreid nadenken over gerechtelijke samenwerking inzake burgerlijk recht. Een recente opiniepeiling leerde de Commissie dat vele burgers op dit vlak meer Europese afspraken wensen. Zo is 80 procent van de Europeanen voorstander van een Europees certificaat voor testamenten. Nog eens 76 procent wil Europese regels over de wederzijdse erkenning van documenten over de burgerlijke stand.