BOGOTA - Leden van de FARC, de grootste linkse rebellengroepering in Colombia, hebben tien houthakkers gedood en 172 anderen gegijzeld. Dat meldde vrijdag de gouverneur van Choco, de noordwestelijke provincie waar de gebeurtenissen plaatsvonden.
Volgens gouverneur Julio Ibarguen werden de houthakkers woensdag omgebracht in de buurt van de stad Riosucio. Leden van de Gewapende Revolutionaire Krachten van Colombia (FARC) namen oorspronkelijk zestig gijzelaars, maar in andere kampen werden later nog eens ruim honderd houthakkers ontvoerd, aldus nog Ibarguen.

De Colombiaanse president Alvaro Uribe gaf vrijdag opdracht tot een grootscheepse operatie om de gijzelaars te bevrijden. Maar dat is in het moeilijk toegangbare gebied een zeer moeilijke klus.

Met 17.000 gewapende mannen en vrouwen is FARC, dat al ruim veertig jaar de centrale regering bekampt, de grootste rebellengroep in Colombia. Volgens de FARC werkten de gedode/ontvoerde houthakkers voor een bedrijf dat geleid wordt door een paramilitaire extreemrechtse organisatie.

De gekidnapte personen waren een jaar geleden reeds door de FARC tot "militaire doelwitten" uitgeroepen. FARC en de rechtse doodseskaders vechten in het grensgebied met Panama al jaren om de controle over de lucratieve drugs- en wapenhandel.