AARLEN - Vanaf vandaag gaan de juryleden op het proces-Dutroux in beraadslaging over de 243 schuldvragen.
Om 9 uur werd de zitting nog even in de assisenzaal in Aarlen hernomen. Na een laatste uitleg van voorzitter Goux over hoe ze moeten te werk gaan, gaan de juryleden in afzondering in de legerkazerne Bastin in Stockem.

De federale politie ziet erop toe dat de twaalf juryleden het gebouw dat hen is toegewezen en dat is omgetoverd tot een versterkte burcht, niet verlaten. Het gebouw is voorzien van logeerkamers met douche, een restaurant, een ontspanningsruimte en uiteraard de beraadslagingskamer.

Er mag absoluut geen contact zijn met de buitenwereld, ook niet met de acht plaatsvervangende juryleden in het gebouw aan de overkant. Die moeten eigenlijk niet veel meer doen dan wachten tot wanneer een effectief jurylid, om welke reden ook, afvalt.


Ook de voorlezing van de antwoorden, over enkele dagen of misschien pas volgende week, kan een hele klus worden. Dat zijn er geen 243, want sommige vragen sluiten elkaar uit, al naargelang het antwoord op de vorige. Indien de jury bijvoorbeeld Michelle Martin veroordeelt als mededader van de opsluiting van Sabine Dardenne, dan hoeft zij niet meer te antwoorden op de vraag of de tweede beschuldigde ook medeplichtig is aan hetzelfde feit, hetgeen minder zwaar kan bestraft worden. Mededader betekent een noodzakelijke hulp verleend hebben aan de feiten, medeplichtig een nuttige hulp.

De cruciale vragen van het proces zijn: had Nihoul iets te maken met de ontvoering van Laetitia Delhez? Moet hij veroordeeld worden voor zijn aandeel in de drugshandel met Dutroux en Lelièvre? Heeft Dutroux An, Eefje en Bernard Weinstein vermoord? Heeft hij Julie en Melissa ontvoerd? En werkte Michel Lelièvre mee aan de opsluiting van de meisjes?