Politieke soap rond Lewis Libby in slotfase
WASHINGTON - Voor de federale rechtbank van Washington start dinsdag het proces van Lewis Libby. De gewezen topman binnen het Witte Huis, die binnen de Amerikaanse regering geldt als één van de architecten van Bush' beleid op het vlak van nationale veiligheid, wordt ervan beschuldigd te hebben gelogen tegen het gerecht. Het proces dient zich aan als het orgelpunt van een politiek en vooral bijzonder gemediatiseerd feuilleton.
De zaak gaat terug tot juli 2003. Een gewezen Amerikaanse ambassadeur, Joseph Wilson, beschuldigde de regering Bush er toen van de dreiging die uitging van Irak te hebben overdreven om de inval te rechtvaardigen. Kort nadien onthulden krantenberichten, die bronnen binnen het Witte Huis citeerden, dat de echtgenote van de diplomaat, Valerie Plame, een CIA-agente was.

Het bekendmaken van de identiteit van een geheime agent is een federaal misdrijf. Een speciaal procureur, Patrick Fitzgerald, werd belast met het onderzoek naar de bronnen. Daarbij werd uitgegaan van geruchten over een samenzwering binnen het Witte Huis tegen Wilson.

De pudding zakte nadien beetje bij beetje in mekaar en in september vorig jaar gaf de voormalige adjunct-minister van Buitenlandse Zaken, Richard Armitage, toe dat hij - per ongeluk - aan de basis van het lek had gelegen. Fitzgerald, die de opsluiting gedurende drie maanden van een journaliste van de New York Times, Judith Miller, had bekomen omdat ze weigerde samen te werken, besloot uiteindelijk niemand te vervolgen voor de lekken.

Meineed

De 56-jarige Lewis Libby, de voormalige kabinetschef van vicepresident Dick Cheney, wordt vervolgd omdat hij onder eed een incorrect verslag gaf van verschillende gesprekken met journalisten in juli 2003. Hij staat terecht voor het afleggen van een valse getuigenis, meineed en het belemmeren van de rechtsgang. Libby riskeert dertig jaar cel, maar pleitte onschuldig.

Libby - bijgenaamd 'Scooter' - wordt gelinkt aan de neoconservatieven en geldt als een van de architecten van het nationaal veiligheidsbeleid van de regering Bush. Sinds de verkiezing van Bush werkte hij op het Witte Huis, waar hij drie functies bekleedde, onder meer adviseur van de president.

Libby was een van de ferventste aanhangers van de thesis over het bestaan van massavernietigingswapens in Irak. Het was hij die de synthese over de bewapening van Saddam Hoessein had voorbereid waarop toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zich had gebaseerd voor zijn speech voor de VN-Veiligheidsraad in februari 2003. Die wapens bestonden evenwel niet.

De verdediging heeft al aangekondigd dat ze daartoe Cheney zullen oproepen als getuige. Het bureau van de vicepresident heeft een eventuele convocatie niet bevestigd, maar herinnert aan zijn engagement om ,,volledig mee te werken'' met het gerecht.

,,Ik kan me geen vicepresident herinneren wiens rechterhand wordt beschuldigd en die in zijn voordeel komt getuigen'', stelt Stephen Hess, een expert aan het instituut Brookings. Niettemin denkt hij dat een veroordeling van Libby er wellicht niet zit aan te komen. ,,Het feit dat hij een leugen heeft verteld, als men het al zo wil noemen, of ten minste een halve waarheid, onderscheidt hem niet van verschillende andere politieke gezagsdragers in deze stad, net als in Parijs of Londen.''