‘Ik ben God niet’, is de titel van de biografie van VDB. Treffend, voor iemand die vaak boven de wereld leek te leven, maar ook even vaak met zijn voeten op de grond terechtkwam.
‘Toch een ongelofelijke mijnheer hé, die VDB.’ Dat zei een collega onlangs nog op de persvoorstelling van het boek van Paul Van Himst, een week geleden. VDB paradeerde er in modieus hemd, trendy truitje, chique tas. Geen enkele andere renner zou met een dergelijk charisma op een evenement verschijnen. Ook Tom Boonen niet.

Het typeerde VDB. Nog altijd renner. ‘Het is het enige wat ik kan’, zei hij vaak. Maar in status was hij al lang zijn sport overstegen. Misschien komt het omdat VDB al zo vroeg alles bereikte in zijn sport. Op zijn vijftiende begon hij te koersen, nadat hij er een succesvolle carrière op had zitten in de jeugdcategorieën van de atletiek. Maar de wielermicrobe zat er ingebakken, onder meer dankzij oom Jean-Luc, ex-renner. Direct werd duidelijk dat Frank over een enorm talent beschikte. Twee jaar later werd hij Belgisch kampioen bij de nieuwelingen, daarna ging het enkel crescendo.

Al in 1994, werd hij prof, en in die categorie verzamelde hij op enkele jaren een palmares om van te duizelen. Het begon met een etappe in de Ronde van de Middellandse Zee, daarna volgden Parijs-Brussel, Gent-Wevelgem, Parijs-Nice (de laatste Belg die daar ooit in slaagde), de Omloop Het Volk.

Maar hét hoogtepunt kwam in 1999, het VDB-jaar, met een legendarische overwinning in Luik-Bastenaken-Luik. Op La Redoute keek hij topfavoriet Bartoli het wit uit de ogen, op de Saint-Nicolas snelde hij van Boogerd weg in de steilste bocht, zoals hij vooraf voorspeld had. ‘VDB is God’, werd geroepen. ‘Hij doet wat hij wil.’ En eigenlijk geloofde hij dat dan zelf ook.

Meteen daarna werd echter al de val ingeluid. VDB geraakte verwikkeld in de dopingzaak rond Bernard Sainz, zijn dokter en goeroe, maar bleef nog enige tijd buiten schot. In de Vuelta van ’99 was hij nog outstanding en werd hij uitgeroepen tot topfavoriet voor het WK in Verona - waar hij zijn kansen beknot zag door een breuk aan het handwortelbeentje. Maar die Vuelta was meteen ook het begin van een woelige romance. Vandenbroucke werd er verliefd op de Italiaanse Sarah Pinacci, en verkoos haar boven zijn jeugdliefde Clothilde.

Vandenbroucke was gek van Sarah, en werd ook steeds meer bevangen door de roem. Na het wonderjaar ’99 was er van koersen niet echt veel sprake meer. Natuurlijk was er nog die legendarische Ronde van Vlaanderen van 2003, die hij in de spurt verloor van Van Petegem. Maar in deze eeuw volgden toch vooral de slechte berichten elkaar op. In 2002 werden dopingproducten aangetroffen bij een huiszoeking, VDB geraakte verslaafd aan cocaïne, en in 2004 ondernam hij een zelfmoordpoging na een ruzie met Sarah. In 2007 zweefde hij al eens tussen leven en dood na een overdosis medicijnen, maar daarvan herstelde hij.

Sindsdien ging het weer crescendo met VDB. Met vallen en opstaan wel, maar via kleinere ploegen geraakte hij vooral privé steeds meer op de rails. Vooral dit jaar, ondanks de breuk met Cinelli. Op het WK in Mendrisio, waar Vandenbroucke onze columnist was, liep hij rond met veel levensvreugde. En was hij nog steeds graag gezien. Jammer dat het net nu moet eindigen.