De Vlaamse Volleybalbond (VVB) stelde maandagavond in het Eurovolleycenter in Vilvoorde zijn topsportprogramma voor, dat in het hertekende Vlaamse sportlandschap noodzakelijk is voor de nodige subsidies vanuit de overheid.
Centraal staat de oprichting van een VVB-beloftenteam, dat jongeren van 16 tot 22 jaar verder wil begeleiden in de uitbouw van hun verdere volleycarrière. De Raad van Bestuur van de VVB keurde het dossier vorige maand goed. Het project wordt mee gesubsidieerd door de ABCD (Adeps/Bloso en BOIC)-commissie als ondersteuning voor Jonge Topsporttalenten naar de Olympische Spelen 2012-2016.

Technisch directeur Marc Spaenjers lichtte de idee achter het beloftenproject toe voor de aanwezige spelers, ouders en clubs: ,,Nu is het zo dat slechts enkele spelers en speelsters die uit de topsportschool komen, na hun opleiding onmiddellijk terecht kunnen in een professionele club. De meeste beloftevolle jongeren kunnen starten bij een semi-professionele ploeg of amateurploeg uit eredivisie of eerste nationale, maar deze ploegen trainen tussen 6 à 12 uren per week. Beduidend minder dan de 20 uren die ze voordien vanop school gewoon waren.''

,,Bovendien kunnen slechts enkele jongeren als basisspeler in de Belgische competitie wekelijks hun wedstrijd op topniveau spelen. Velen zijn gedoemd tot de bank'', zag Spaenjers nog een nadeel aan de huidige situatie. ,,Na de competitie komen deze beloftevolle jongeren dan terecht in het programma van de nationale ploeg, waar ze geconfronteerd worden met een hoger trainingsvolume en onvoldoende speelervaring'', evalueerde Spaenjers hard.

Om die scheefgedraaide situatie om te draaien, kwam de VVB zelf met een project op de proppen, dat met de steun van het BLOSO en het BOIC werd uitgewerkt. De VVB kiest voor een samenwerking met de Belgische clubs om talentvolle jongeren verder te begeleiden. Die zullen vanaf september 2006 dagelijks à la carte extra trainingen kunnen krijgen in het EVC in Vilvoorde van de nationale coaches Jan De Brandt (vrouwen) en Claudio Gewehr (mannen). Elke woensdag zal het beloftenteam ook een wedstrijd afwerken op niveau. Het doel is een brug te maken tussen de nationale jeugdopleiding, de clubs uit eredivisie en de nationale seniorenteams.

,,De steun van de clubs is heel belangrijk. Zij moeten hun jongeren die kansen op extra training geven. Bij deze doe ik dan ook een oproep naar de clubs'', aldus Spaenjers, die een stok achter de deur houdt. ,,We wachten eerst de respons van de clubs af, maar als er geen verbetering komt in de huidige situatie van de jongeren, zullen we een volgende stap nemen: met de talenten zelf een club oprichten en in competitie uitkomen. Dat is geen utopie. Dat gebeurt in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Op die manier kunnen we de jongeren voldoende trainingsuren en speelgelegenheid aanbieden, nodig om er te staan in 2012 en 2016 als zij de kern gaan uitmaken van de nationale ploeg.''