BRUSSEL - Om de zin voor ondernemerschap in België aan te zwengelen zijn maatregelen noodzakelijk die een mentaliteitswijziging teweegbrengen. Dat zeggen onderzoekers van de Vlerick School, die vrijdag de Global Entrepreneurship Monitor 2005 voorstelden, een studie die jaarlijks de graad van ondernemerschap in 39 landen meet. Onder meer de socio-culturele normen en (in mindere mate) angst voor faling remmen de zin voor ondernemen af.
De index voor de graad van ondernemerschap steeg vorig jaar in België lichtjes van 3,5 tot 3,93 procent. De index voor Vlaanderen steeg van 2,7 tot 3,71 procent, terwijl de index voor Wallonië daalde van 4,7 naar 3,6 procent. De lichte stijging betekent nog geen trend, daarvoor is het wachten op de resultaten voor 2006.

De index voor Vlaanderen wijst er dus op dat gemiddeld 3,71 mensen in 2005 aangaf bezig te zijn met de oprichting van een bedrijf of er recent ook effectief één heeft opgericht. De stijging ligt in lijn met de stijgende aangroei van starters in Vlaanderen, die door Unizo in de eerste elf maanden van 2005 vastgesteld werd.

Volgens de auteurs is het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië evenwel niet significant. Voor het tweede opeenvolgende jaar bengelt België in de rangschikking van de 15 EU-lidstaten op de voorlaatste plaats net voor 'rode lantaarn' Hongarije.

Met een Europees gemiddelde van 5,2 procent scoort Europa sterk onder het wereldwijd gemiddelde van 8,3 procent. Als het gaat over gevestigde ondernemers (die 3,5 jaar actief zijn en eigenaar en manager van hun bedrijf zijn) scoort België gelijkaardig aan het Europees gemiddelde.

Ongeveer 7 procent van de Vlamingen geeft aan eigenaar en manager te zijn van een gevestigde onderneming, dat is twee procent hoger dan het Belgisch gemiddelde. Het verschil is te verklaren door het groot aantal (familiale) kmo’s in Vlaanderen en het overwicht van industriële bedrijven in Wallonië.

De gemiddelde Belgische ondernemer is van het mannelijk geslacht, tussen 25 en 44 jaar oud en heeft meestal een hogere opleiding genoten. Op innovatie, jobcreatie en internationalisering, drie parameters die een beeld geven van de groeimogelijkheden van een bedrijf, scoren de Belgische starters vrij zwak.

Meest teleurstellend is dat 4 procent van alle mensen die aangaven betrokken te zijn bij een nieuwe opstart, plant om 20 of meer jobs te creëren binnen de komende vijf jaar. Het Europees gemiddelde is 9 procent. België behaalt op dat punt een 13e plaats op 15.

Het beleid moet het accent leggen op kwalitatieve aspecten als innovatie, jobcreatie en internationalisatie. Ze moeten in rekening worden gebracht bij het toekennen van middelen. De omgevingsfactoren die het ondernemen vergemakkelijken, zoals kennis, toegang tot kapitaal en opportuniteiten, zijn voldoende voorhanden. Angst voor faling blijft in Europa een belangrijke factor die het ondernemen afremt, maar België scoort op dat vlak wel iets beter dan het Europees gemiddelde.

De auteurs van Vlerick wijten de lage graad van ondernemerschap hoofdzakelijk aan een gebrek aan zin en ambitie om te ondernemen. ,,Onze socio-culturele normen remmen de ondernemingszin af''. Daar is een belangrijke taak weggelegd voor het onderwijs, vinden ze.