Cipiers in Birma hebben opgepakte demonstranten in elkaar geslagen en stervend achtergelaten. Zeker twaalf vrijgelaten arrestanten vertelden hoe slecht zij en andere opgepakte demonstranten zijn behandeld. Een van hen zei zelfs dat tientallen arrestanten hun verblijf in de gevangenis niet hebben overleefd.
Dat heeft de in Noorwegen gevestigde radiozender Democratic Voice of Burma (DVB) donderdag gemeld. Een andere getuige zei in het stadhuis van Rangoon, waar ook arrestanten werden vastgehouden, twee mensen te hebben zien overlijden. Een jongen die een schotwond had kreeg geen medische zorg en mocht voor hij stierf zelfs geen water drinken, aldus de man.

'Ik hoorde mensen in de verhoorkamer schreeuwen en huilen en zag vervolgens dat een chirurg van het leger mensen wegdroeg'', zei een van de vrijgelaten arrestanten, een vrouw.

DVB, dat doorgaans betrouwbare informatie verspreidt, meldde ook dat een 48-jarige arrestant, U Than Aung, op 30 september in een gevangenis in Rangoon overleed. Hij was drie dagen eerder gearresteerd en liep ernstig inwendig letsel op toen hij werd mishandeld. Hij overleed volgens de zender doordat hem medische zorg werd onthouden.

Het persbureau Associated Press sprak met een vrijgelaten arrestant, de 45-jarige Zaw Myint, die vertelde hoe een arts in de beruchte Insein-gevangenis in Rangoon te werk ging. Alle gewonde arrestanten werden met één en dezelfde naald geïnjecteerd en ook de spuit werd niet elke keer verwisseld, aldus de man, die bang is dat hij een HIV-besmetting heeft opgelopen. Volgens mensenrechtengroepen lijden in Birmaanse gevangenissen veel gevangenen aan aids.