Verkeersongevallen kosten België jaarlijks 12,5 miljard euro
Foto: rr
BRUSSEL - Jaarlijks betaalt België 12,5 miljard euro om de kosten van verkeersongevallen op te vangen. Dat blijkt uit een studie van Bram De Brabander, onderzoeker van het Steunpunt Verkeersveiligheid en verbonden aan de Universiteit Hasselt. In zijn publicatie - ,,Investeringen in verkeersveiligheid in Vlaanderen. Een handleiding voor kosten-batenanalyse'' - doet De Brabander een oproep om de investering in verkeersveiligheid zo efficiënt mogelijk te laten gebeuren. In 2002 vielen er in ons land 1.353 verkeersdoden. Dat komt overeen met 14 personen per miljard gereden kilometer.
Daarnaast raakten er 8.230 mensen zwaargewond en 56.345 lichtgewond. Bram De Brabander becijferde dat de kosten van al deze verkeersongevallen voor België 12,5 miljard euro of 4,6 procent van het bruto binnenlands product (BBP) bedragen.

Wereldwijd wordt de schade van verkeersongevallen geschat op 160 miljard euro of 2 procent van het BBP in ontwikkelde landen. Voor België blijkt dit dus een onderschatting te zijn. De Brabander berekende de verschillende kosten van verkeersongevallen in ons land. Het gaat darbij onder andere over het directe economisch verlies van een verkeersslachtoffers, de medische kosten voor behandeling en revalidatie, de kosten voor verzekeringsmaaschappijen, de schade aan voertuigen en openbaar domein, de inzet van brandweer, politie en gerecht.

Maar ook de kosten van files ten gevolge van verkeersongevallen worden in rekening gebracht. De Belgische overheid wil het aantal verkeersdoden tegen 2010 halveren. Daarvoor moeten volgens De Brabander efficiënte keuzes gemaakt worden qua investeringen. ,,Om een efficiënte keuze te maken tussen verschillende maatregelen moeten de beleidsmakers de kosten afwegen tegen de baten, bijvoorbeeld het aantal vermeden ongevallen of slachtoffers'', luidt het. De studie van De Brabander kan beschouwd worden als een handleiding voor dergelijke kosten-batenanalyses.

In de publicatie worden alvast drie gevalstudies opgenomen die illustreren hoe zo’n evaluatie er in de praktijk kan uitzien. Het gaat daarbij om een infrastructurele maatregel (rotondes), handhaving (onbemande camera’s) en voertuigtechnologie (gordel-verklikkersysteem). ,,De studie spreekt zich niet uit over welke concrete aanpak de beste is, maar geeft cijfers waarop beleidsmakers hun beslissingen kunnen baseren'', aldus De Brabander nog.