BRUSSEL - Nobelprijs voor Economie gaat naar Amerikaan/Israëliër Robert J. Aumann en Amerikaan Thomas Schelling. Dat heeft de Zweedse Academie voor de Wetenschappen maandag in Stockholm bekendgemaakt.

De twee delen de prijs voor hun theorie over de ‘interactieve beslissingen’ of zogeheten ‘speltheorie’. Volgens de Zweedese Academie hebben ze via analyses van de speltheorie conflicten en samenwerking inzichtelijk gemaakt. ,,Hun werk heeft de sociale wetenschappen ver buiten de economische grenzen gebracht’’, aldus de academie. ,,Met hun onderzoek leverden ze een blijvende bijdrage aan de discussie over de vorming van sociale instellingen’’. Volgens de Academie hebben beide economen ertoe bijgedragen economische conflicten zoals prijzenoorlogen en handelsoorlogen te verklaren.

De Nobelprijs voor Economie is in 1969 ingesteld op initiatief van de Zweedse centrale bank, in tegenstelling tot de andere prijzen die sinds 1901 worden uitgereikt en een idee uit 1895 zijn van de Zweedse uitvinder en industrieel Alfred Nobel. De eerste winaar was de Nederlander Jan Tinbergen. Vorig jaar ging de onderscheiding nog naar Finn E. Kydland (Noorwegen) en Edward C. Prescott (VS) voor hun bijdrage aan de theorie van de dynamische macro-economie.

Net zoals aan de andere Nobelprijzen (Vrede, Literatuur, Geneeskunde, Chemie, Fysica) is ook aan de onderscheiding voor Economie een bedrag verbonden van 10 miljoen Zweedse kronen. Dat is 1,1 miljoen euro.