ISLAMABAD/WASHINGTON - Amerikaanse en Pakistaanse bergingsteams hebben onderzoek verricht op het wrak van het Amerikaanse tankvliegtuig dat gisteren in de Pakistaanse provincie Baloechistan neerstortte. De bergingsoperatie kwam moeilijk op gang.
De zeven inzittenden van de KC-130 zijn omgekomen, maar de lichamen zijn nog niet geborgen. De plek in het zuidwesten van Pakistan waar het vliegtuig is neergestort, is door het leger van de buitenwereld afgesloten.

Een woordvoerder van de Amerikaanse mariniers heeft verklaard dat het vliegtuig tegen een berg is gebotst. Het ministerie van Defensie in Washington benadrukte dat er geen aanwijzingen zijn dat het vliegtuig is neergeschoten. Ooggetuigen hebben kort voor de crash vlammen uit het vliegtuig zien komen.

Het vliegtuig was volgens de autoriteiten in Jacobabad in Pakistan opgestegen. Bij een poging te landen op de luchtmachtbasis Shamsi stortte het neer. De brandstoftank van het tankvliegtuig was nog vrijwel vol toen het ongeluk gebeurde. De zeven slachtoffers zijn Amerikaanse mariniers, onder wie een vrouw. Vanaf de Pakistaanse basis Shamsi hebben Amerikaanse gevechtsvliegtuigen herhaaldelijk aanvalsmissies uitgevoerd op doelen in Afghanistan.

De KC-130 is een 37 miljoen dollar kostend vliegtuig, dat normaal gesproken wordt gebruikt om gevechtshelikopters in de lucht bij te tanken. Het toestel kan ook dienst doen voor het transport van troepen en materieel. De bemanning bestaat meestal uit zes man.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig