ZULTE - De Nederlandse schrijver Gerard Reve is gisteren op 82-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn vriend Joop Schafthuizen vandaag bekendgemaakt. Reve is gestorven aan de gevolgen van dementie.
Gerard Reve leed al enkele jaren aan de ziekte en verbleef om die reden bijna twee jaar in een verpleeghuis in het Belgische Zulte. De laatste twee weken verslechterde zijn toestand snel. Hij at en dronk bijna niet meer en raakte vorige week enige tijd in een coma.

Wanneer de schrijver wordt begraven, is nog niet duidelijk. Wel maakte zijn levensgezel al eerder duidelijk dat dat in zijn woonplaats Machelen aan de Leie zou zijn.

,,Een soort troost''

,,Gerard Reve is heel erg ziek geweest. Het is toch een soort troost dat hij de rust heeft gekregen die heel erg nodig was.'' Reve’s levenspartner Joop Schafthuizen zei dat vanochtend op het NOS-Journaal. Volgens Schafthuizen was het laatste moment met Reve ,,een soort ontroering''.

,,Gistermorgen ben ik verwittigd door het verpleeghuis dat de situatie heel kritiek was. Vanaf half twee ’s middags was ik aanwezig en ik ben gebleven tot kwart voor negen toen hij stierf. De zon was net ondergegaan. Het was een heel ontroerend moment'', zegt Schafthuizen.

Het ging al lang niet goed meer met Gerard Reve. In zijn laatste publieke optredens verzon hij nog steeds anekdotes uit zijn eigen autobiografie en fabuleerde hij even fanatiek over de maagd Maria, maar hij leek zelf niet te beseffen dat het wartaal was geworden. Zijn vriend Joop Schafthuizen, die noodgedwongen naast hem zat tijdens interviews, riep Reve voortdurend tot de orde.

Alzheimer

De ziekte van Alzheimer werd tragisch en de schrijver had fulltime verzorging nodig. Daarom hoefde Schafthuizen ook niet in voorarrest toen hij in 2001 werd aangeklaagd omdat hij een jongetje onzedelijk had betast.

Het leven van een van de grootste schrijvers uit de Nederlandse literatuur begon op 14 december 1923. Op die dag werd Gerard Kornelis van ‘t Reve geboren in een arbeidersbuurt in Amsterdam als tweede zoon van de journalist Gerard van ‘t Reve en Net Doornbusch. Zijn ouders waren overtuigde communisten, wat de schrijver net als zijn broer Karel een levenslange weerzin tegen de ideologie opleverde. Communisten waren mensen die vrijwillig arm bleven, vond Reve.

Direct na de oorlog rekende de mislukte gymnasiast geniaal af met het naargeestige klimaat in Nederland en meer in het bijzonder in zijn eigen leven. In zijn debuut De avonden, dat eind 1947 verscheen onder het pseudoniem Simon van het Reve, serveert de worstelende Frits van Egters, het alter ego van de auteur, zijn omgeving genadeloos af. Herlees alleen al de scène waarin Frits probeert zijn vader te overtuigen om geen suiker in zijn yoghurt te scheppen met zijn eigen lepel.

Meer dan enig ander werk uit die tijd slaagde De avonden erin de gevoelens van een generatie te grijpen. De roman kreeg zowel sterk lovende als vernietigende kritieken en werd na een aarzelende start een cultboek. Ware Revianen, zoals de liefhebbers zich noemen, herlezen het boek nog altijd elk jaar in de laatste tien dagen van het jaar — de tijdspanne waarin het boek zich afspeelt.

Maar Reve schreef in die jaren veel meer moois, dat in het licht van zijn debuut altijd een beetje onderschat is gebleven. De novelle Werther Nieland (1949) schildert een gevoelig portret van een eenzame jongen. Ook in De ondergang van de Familie Boslowits (1950) heeft Reve weinig woorden nodig om het droeve lot van een joods gezin voor en tijdens de oorlog haarscherp te beschrijven.

Uit de kast

In de jaren vijftig beleefde Reve enkele grote crisissen. Uit woede omdat een toegekende reisbeurs werd ingetrokken, besloot hij alleen nog in het Engels te schrijven. Maar The acrobat and other stories (1956) werd een grote mislukking. Zijn Engels was niet goed genoeg, waardoor Reve niet half zo authentiek klonk. Tegelijk werd hij, inmiddels getrouwd met de dichteres Hanny Michaelis, zich bewust van zijn homoseksualiteit. In het Nederland van toen stond dat gelijk aan een ernstige ziekte.

Pas in het volgende decennium overwon hij de inzinkingen. Hij durfde zich voor het eerst te tonen als de volbloed ,,romantisch-decadente’’ schrijver (,,het enige verschil is dat het bij de meeste van voren gaat en bij mij van achteren’’) én homoseksueel die hij was. Daarmee werd hij de eerste cultuurdrager die openlijk uit de kast kwam, wat hem de langdurige dank van de homobeweging opleverde.

In zijn brievenboeken Op weg naar het einde (1963) en Nader tot u (1966) vond hij zijn vorm: een niet aflatende stroom overpeinzingen, herinneringen en op het oog onbelangrijke gebeurtenissen die hij herschiep tot een eigen universum waarin alles onderworpen is aan de Reviaanse theologie. En of het nu Drank, God of de Genadeloze Jongen was dat hij aanroerde, altijd wist de exuberante, plechtig-komische taal de lezer aan het lachen en huilen tegelijk te krijgen.

Ezeltjesproces

Zichzelf zijn ging echter bepaald niet zonder controverse. Reves geschriften ontlokten enkele spraakmakende affaires. Het meest tot de verbeelding spreekt nog altijd het zogeheten Ezeltjesproces. Nadat Reve God had vergeleken met een ezel die de auteur ,,drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening (wilde) bezitten’’, moest hij zich tot in de Hoge Raad verdedigen tegen godslastering. Ook zijn toetreding tot de katholieke kerk op 27 juni 1966 hield de gemoederen bezig. Tot in de laatste interviews die Reve kon geven, vroegen journalisten hem steeds weer of hij het meende. Iemand die veronderstelde dat ,,Gij mij zoekt zoals ik U’’ (in het gedicht ,,Dagsluiting’’) en dat Satan de tweelingbroer van Jezus was (in Het boek van violet en dood), die kon toch niet serieus zijn? Zelfs Schafthuizen geloofde er niets van. Toch bezocht Reve elk weekend trouw de mis.

In 1969 kocht Gerard Reve een stuk grond in Les Chauvins in Zuid-Frankrijk. Op dat Geheime Landgoed bouwde hij zijn eigen huis, waar hij zich in 1975 officieel vestigde. In dat jaar ontmoette hij ook in Matroos Vos alias Joop Schafthuizen eindelijk een vriend die bij hem bleef. Zowel de emigratie — na Frankrijk volgde in 1993 Machelen aan de Leie — als de vaste relatie zorgden eindelijk voor stabiliteit in Reves leven.

De rust weerspiegelde zich in het oeuvre. Eindelijk slaagde hij erin om met strakke regelmaat een boek te produceren. Van De taal der liefde (1972) tot Het hijgend hert (1998) schreef hij in wezen steeds hetzelfde autobiografische boek over zijn geaardheid, eenzaamheid, godsverlangen en dood. De kritiek klaagde dat Reve zich herhaalde, maar zijn werk is voor ,,internationale huisvrouwen’’, zoals hij meer dan eens benadrukte, en het grote publiek bleef het gretig lezen.

Ook manifesteerde hij zich steeds meer als briefschrijver. In Ik had hem lief (1975) bundelde hij de brieven aan zijn ex-geliefde Jakhals alias Jozef Cals. Later volgden dikke delen met de verzamelde correspondentie aan zijn vrienden (zoals Simon Carmiggelt) en geliefden (zoals Matroos Vos). Met het recentere Brieven aan Bram P. (2003) verschenen inmiddels meer dan duizend brieven in druk.

Toch verliet het rumoer Reves leven nooit. Toen hem in 2001 de Prijs der Nederlandse Letteren werd toegekend, aarzelde de Vlaamse minister van cultuur Bert Anciaux om koning Albert II de prijs aan Reve te laten uitreiken. De reden: Schafthuizen was aangeklaagd wegens ontucht met een dertienjarig jongetje. Het paar besloot toen zelf de prijs niet op te halen. De 600.000 frank kon worden overgemaakt.

Zelfs na Reves overlijden valt te vrezen dat de rellen niet voorbij zijn. Met zijn enige erfgenaam Schafthuizen zijn zo mogelijk nog meer mensen gebrouilleerd dan vroeger met Reve.

Vermoedelijk zal hij elke snipper aan de hoogste bieder verkopen, waardoor de nalatenschap ver Reve over vele adressen verspreid zal raken. Gelukkig kan de liefhebber dat allemaal laten rusten. Reves werk blaakt nog altijd van levenskracht. Iedereen kan het nog decennia ontdekken en herlezen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig