Partijen op hun nummer gezet
Alle partijkopstukken reageerden tevreden op het nummer dat het lot voor hen in petto had. Foto: ©belga
Op het kabinet van federaal minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael zijn vrijdag de nationale lijstnummers getrokken voor de Europese en gewestverkiezingen van 13 juni. Tien politieke partijen kregen een nationaal nummer.

cdH kreeg het felbegeerde nummer één. Daarna volgen het FN (nummer 2), het kartel VLD-Vivant (3), MR (4), Ecolo (5), SP.A-Spirit (6), PS (7), het kartel CD&V-N-VA (8), Groen! (9) en ten slotte het Vlaams Blok (10).

De nummers werden getrokken uit een doorzichte urne en - voor het eerst - niet uit een bokaal. ,,Vanwege de transparantie'', aldus Dewael. Drie onschuldige kinderhanden trokken de nummers. De partijvoorzitters waren bij de treking aanwezig.

Officieel heeft het nummer geen belang, maar zoals steeds werd er reikhalzend naar uit gekeken. ,,Politici worden niet graag op hun nummer gezet, behalve vandaag'', zo verwoordde Dewael het.

Het kartel VLD-Vivant staat op drie en is daarmee de eerste Vlaamse partij op de lijst. Minister-president Bart Somers was daar zeer tevreden mee. ,,Een heilig getal op deze Goede Vrijdag en bovendien staat drie symbool voor het kartel met Vivant. De optelsom van beide partijen zal meer dan twee zijn'', aldus Somers.

SP.A-voorzitter Steve Stevaert was ook best tevreden met nummer zes voor het kartel met Spirit. Stevaert had het liefst een zo laag mogelijk nummer en het kartel SP.A-Spirit staat als tweede partij op de Vlaamse kieslijsten. Zes heeft ook het voordeel dat het op zijn kop kan worden gezet, aldus Stevaert, in een verwijzing naar Groen!, dat nummer negen kreeg.

Dat nummer negen komt de Vlaamse groenen trouwens goed uit. Groen!-voorzitster Vera Dua wees erop dat de partij nog nummers zes van vorige verkiezingen heeft liggen en ze nu kan recycleren.

Bij N-VA-voorzitter Geert Bourgeois was er evenmin geklaag te horen. ,,Acht voor meer Vlaamse macht'', zo luidde het.

De nationale lijstnummers worden toegekend aan partijen met minstens één verkozene in een parlement. Ze gelden zowel voor de verkiezingen voor het Europees Parlement als voor de gewestverkiezingen (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, de Brusselse hoofdstedelijke raad en de Raad van de Duitstalige gemeenschap).

Half april en half mei krijgen de kleinere partijen een nummer. Dat wordt toegekend door de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus.