LONDEN - De pas herkozen Britse premier Tony Blair krijgt het steeds zwaarder te verduren. Steeds meer parlementsleden van zijn eigen Labour-partij eisen in de pers dat Blair lessen trekt uit het ontgoochelende verkiezingsresultaat en voortijdig de scepter doorgeeft aan minister van Economie en Financiën Gordon Brown.
,,Zijn tijd is afgelopen'', blokletterde The Sunday Telegraph en die titel geeft volgens het weekblad het standpunt van een steeds grotere groep Labour-parlementsleden weer.

Backbenchers als Glenda Jackson en Ian Davidson opperden in de Britse zondagskranten dat de populariteit van Blair tanende is en dat een nieuwe sterke man de partij naar de volgende verkiezingen moet leiden. Het Londense parlementslid Jeremy Corbyn plakte zelfs een precieze deadline op de machtswissel: ,,het einde van het Britse voorzitterschap van de G8 (eind 2005, nvdr) zou een goed moment zijn om af te treden.''

Het is niet de eerste keer dat Blair binnen zijn partij met een rebellie te maken kreeg. In de vorige legislatuur had hij reeds flink wat moeite om de rangen te sluiten in dossiers als de besparingen in de studiebeurzen en de oorlog in Irak. In de nieuwe legislatuur is de meerderheid van Labour in de kamer van volksvertegenwoordigers echter sterk gekrompen. Met een overschot van 66 zetels zullen Blair en zijn medestanders zich nog nadrukkelijker met de parlementaire achterban moeten bemoeien. Zoniet belooft de goedkeuring van initiatieven als de invoering van een identiteitskaart een harde dobber te worden.

Volgens de zakenkrant The Financial Times bepleiten 39 van de 356 Labour-parlementsleden openlijk een harde opstelling ten opzichte van Blair. Ruim dertig anderen kwalificeert het dagblad als stilzwijgende rebellen. The Sunday Times schrijft op haar beurt dat minstens dertig parlementsleden vinden dat Blair snel de scepter moet doorgeven aan Brown.

De Schot geldt als de onomstreden kroonprins van de partij en zou volgens vele analisten de verkiezingszege mogen claimen. Waar Blair immers vereenzelvigd wordt met het bloedvergieten in Irak, kan Brown een mooi palmares voorleggen: welvaart, een lage inflatie en weinig werklozen.

De politieke clan van Blair vraagt zich intussen af waar al die heisa vandaan komt. ,,We hebben een ruimere meerderheid dan Thatcher in 1979'', beklemtoonde minister van Milieu Margaret Beckett. Blair’s spin doctor, Alastair Campbell, maakte zelfs een vergelijking met de coach die voetbalclub Chelsea na vijftig jaar opnieuw de titel schonk. ,,In de sportpagina’s zie ik toch ook niemand het ontslag van José Mourinho eisen.'' Ook ministers als David Blunkett en Tessa Jowell betoogden met overtuiging dat Blair zijn mandaat gewoon zal afwerken.

Blair zelf hult zich intussen in stilzwijgen. Volgens de krant The Observer liet hij tegenover enkele intimi evenwel geen twijfel bestaan over zijn toekomstplannen. ,,Ik heb geen vier weken in de hel (de harde verkiezingscampagne, nvdr) doorgebracht om enkele weken later op mijn bek te gaan.''