HASSELT - Tijdens zijn verhoor door de voorzitster van de correctionele rechtbank van Hasselt heeft de voormalige adviseur van prins Laurent, gepensioneerd kapitein-ter-zee Noël Vaessen, zowat iedere betrokkenheid bij de fraude met marinegelden ontkend.

Vaessen, die nu 55 is, was tot begin 1999 adviseur van prins Laurent. Daarna ging hij weer aan de slag bij het leger, waar hij aan het hoofd kwam te staan van de aankoopdienst van het leger, onder admiraal Herteleer. Vaessen beklemtoonde dat hij niet werkte voor de aankoopdienst van de marine.

De voormalige militair ontkende dat hij regelmatig contacten had met hoofdverdachte Marc Luypaerts of met onderaannemers van Luypaerts, ook al beweren die betrokkenen het tegendeel.

De voorzitster wees Vaessen erop dat hij eerder had verklaard dat hij maatregelen moest treffen om Villa Clémentine, de woning van prins Laurent, bewoonbaar te maken. ,,Admiraal Herteleer (de toenmalige chef van de generale staf, nvdr) heeft mij gevraagd om de prins uit de put te krijgen'', stelde Vaessen. Hij voegde eraan toe dat alle middelen in leen waren gegeven aan Villa Clémentine. ,,Ook alle leveringen aan het Paleis zijn in bruikleen gegeven, en blijven dus eigendom van de marine'', aldus Vaessen.

181.000 euro voor Hoeve Vaessen

Volgens het dossier was Noël Vaessen via zijn echtgenote eigenaar van een hoeve in Sourbrodt in de Ardennen, die met geld van de marine werd gerenoveerd voor in totaal 7,3 miljoen Belgische frank (bijna 181.000 euro). Ook dat ontkende Vaessen ten stelligste. Hij verklaarde wel dat Luypaerts de hooizolder van die hoeve huurde.

In verband met de werken aan de hoeve werd op 16 maart 2000 een schulderkenning opgesteld, waarin Vaessen beloofde dat hij de gemaakte kosten aan de hoeve zou terugbetalen aan Luypaerts. Het document werd geantidateerd op 4 januari 2000.

Geeft schuld niet toe

De voorzitster vroeg herhaaldelijk naar die schuldbekentenis, maar Vaessen gaf telkens een onsamenhangende uitleg.

Aan het eind van het getuigenverhoor vroeg procureur Erwin Steyls aan Vaessen of hij de eed nog kent die hij als officier heeft moeten afleggen en waarin hij heeft gezworen om de wetten van het Belgische volk te respecteren. ,,Ik vind dit geen grap'', reageerde Vaessen daarop.

Vaessen legde zijn verklaringen af in het Nederlands en maakte geen gebruik van de tolk die hij ter beschikking had.