Belg leeft half jaar langer
BRUSSEL - Op basis van de Belgische sterftecijfers van 2004, hebben mannen bij de geboorte een levensverwachting van 76,47 jaar en vrouwen een levensverwachting van 82,36 jaar. In 2003 bedroeg dat cijfer nog respectievelijk 75,85 en 81,69 jaar. Dat nieuws heeft de dienst Demografie van de FOD Economie bekendgemaakt.
In één jaar tijd is de levensverwachting in België dus gestegen met meer dan een half jaar: 226 dagen bij mannen en 245 dagen bij vrouwen. Belgische inwoners met een andere nationaliteit hebben bovendien een hogere levensverwachting dan Belgen. Binnen de EU nemen Belgische mannen en vrouwen respectievelijk de zesde en negende plaats in als het op levensverwachting aankomt.

In 2004 zijn 115.618 geboortes geregistreerd, tegenover 112.149 in 2003. Anderzijds daalde het aantal sterfgevallen van 107.039 in 2003 tot 101.946 in 2004.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedroeg de gemiddelde levensverwachting in 2004 voor mannen 76,29 jaar (tegenover 75,75 in 2003) en voor vrouwen 82,10 jaar (tegenover 81,12). In Vlaanderen bedroeg het cijfer voor mannen 77,57 jaar (tegenover 76,92) en voor vrouwen 82,89 (tegenover 82,32).

Wallonië had in 2004 een levensverwachting van 74,52 jaar voor mannen (tegenover 73,96 het jaar ervoor) en een van 81,48 jaar voor vrouwen (tegenover 80,76).

In de EU ligt de levensverwachting het hoogst in Spanje, zo blijkt uit het cijfermateriaal van 2003. Spaanse mannen hebben een levensverwachting van gemiddeld 76,9 jaar, vrouwen een van 83,6 jaar. Frankrijk, Zweden, Italië en Finland nemen achtereenvolgens de volgende plaatsen in. België stond in 2003 op de zesde plaats in de rangschikking. Letland scoort het slechtst in de Europese lijst, voorafgegaan door Hongarije, Estland, Litouwen en Slovakije.