WASHINGTON - Acht Amerikaanse militairen die ervan zijn beschuldigd anderhalve maand geleden in Irak een burger te hebben doodgeschoten, zouden een schep en een AK-47 bij hun slachtoffer hebben achtergelaten om het te laten lijken alsof de man was doodgeschoten bij een poging een bom te leggen. Dat heeft een Pentagon-functionaris die op de hoogte is van het militaire onderzoek dinsdag gezegd.
Volgens de gegevens die de onderzoekers hebben verzameld waren de mariniers op 26 april naar Hamdaniya gegaan om een opstandeling op te pakken. Toen zij die niet konden vinden, haalden ze een ongewapende man uit zijn huis en schoten hem dood.

De krant Washington Post berichtte maandag dat het slachtoffer een 52-jarige invalide man was en dat hij viermaal in het gezicht was geschoten. Zijn familie vertelde de krant dat zij vorige week bezoek kreeg van enkele Amerikaanse militairen die geld boden als de familie bereid zou zijn de door de verdachte militairen gegeven versie van de gebeurtenissen te bevestigen.

De acht militairen - zeven mariniers en een marineman - tegen wie het onderzoek loopt zitten vast op een basis in Californië. Zij zijn nog niet aangeklaagd. De zaak staat los van het doodschieten van 24 Iraakse burgers in Haditha, waar mariniers van een andere eenheid verantwoordelijk voor zijn gesteld. Aan dat schandaal zal de Amerikaanse Senaat binnenkort enkele hoorzittingen wijden.