Bij een reeks aanslagen in Irak zijn minstens twintig mensen om het leven gekomen. Een van de slachtoffers is een belangrijke soennitische militieleider.
Riyadh al-Samarrai, de leider van een door de Verenigde Staten gesteunde gewapende groep die Al-Qaeda helpt te bestrijden, kwam bij een aanslag aan de ingang van een overheidsgebouw om het leven. Ook zijn zoon en vier van zijn lijfwachten overleefden de aanslag niet.

Kort daarna bracht een andere zelfmoordenaar een met explosieven geladen voertuig tot ontploffing, met als doelwit de ziekenwagens en andere voertuigen die de gewonden van de eerste aanslag naar het ziekenhuis brachten. Beide aanslagen samen eisten zeker 14 doden en 25 gewonden.

De ontploffing van een autobom nabij de Technologische Universiteit in centraal-Bagdad kosste nog eens vier mensen het leven. Zestien anderen raakten gewond. Een andere autobom werd in de buurt van de Universiteit van Bagdad tot ontploffing gebracht en eiste één dode en vier gewonden.