De Europese beurzen maakten vrijdag een stevige uitschuiver. Beleggers reageerden teleurgesteld op de zwakke werkgelegenheidscijfers in de VS.
Bovendien koersten de olieprijzen richting een nieuw slotrecord. De financiële aandelen stonden onder extra druk nadat was gebleken dat de interbancaire rente vrijdag de hoogste sprong sinds 2001 maakte.

De uitlatingen van de ECB donderdag dat het mogelijk zijn rentetarieven zal verhogen, deinden nog na op de markt. Vooral de kortetermijnleningen in euro ondervonden daar hinder van.

De DJ Stoxx50 verloor 2,2 procent tot 3.049,72 punten en de DJ EuroStoxx50 zakte 2,3 procent tot 3.596,70 punten. Ook de nationale beurzen gingen ruim 2 procent lager. In Londen bleef het verlies beperkt tot 1,5 procent dankzij het grote gewicht van olie- en mijnbouwaandelen in de Footsie-index.

Uit gegevens van de Europese Federatie van Banken blijkt dat de Euribor met 10 basispunten is gestegen tot 4,97 procent, de grootste stijging sinds december 2001. Dat suggereert dat de Europese banken opnieuw bijzonder wantrouwig zijn geworden om elkaar geld te lenen. De Nederlandse financiële groepen ING en Aegon verloren respectievelijk 4,6 en 4,5 procent. Dat is meer dan de 3,5 procent die de Europese banken gemiddeld lieten liggen. De Britse financials waren de grootste slachtoffers: HBOS (-7,6%), Barclays (-7%), Royal Bank of Scotland (-5,2%) en UBS (-6,4%). Volgens de analisten van Deutsche Bank en Crédit Suisse zou Royal Bank of Scotland minder kapitaal hebben dan zijn sectorgenoten en nood hebben aan een extra kapitaalronde nadat het in april nog 12 miljard pond ophaalde.

Maar niet enkel de banken werden gedumpt. Zowat alle sectoren stonden onder druk, meer bepaald de cyclische, nadat de zwakke Amerikaanse werkgelegenheidscijfers andermaal grote twijfels deden rijzen over ’s werelds grootste economie. Alle 50 aandelen in de DJ Euro Stoxx kleurden rood. De autobouwers waren de grootste verliezers binnen de DJ Euro Stoxx. Renault speelde 5,55 procent kwijt, terwijl Daimler 4,7 procent liet liggen. BMW zakte 4,4 procent tot 34,56 euro. De autosector was de slechtst presterende sector in Europa. De dure olie is nefast voor de resultaten van de autofabrikanten. De vliegtuigmaatschappijen waren in hetzelfde bedje ziek. British Airways ging 8,2 procent onderuit en Air France-KLM zag 6 procent van zijn beurswaarde in rook opgaan.

Bij de weinige stijgers stonden uitsluitend mijnbouwgroepen en olieconcerns. De eerste profiteerden van de klimmende prijzen van de edelmetalen. BHP Billiton trok 1,3 procent. Sectorgenoot Rio Tinto speelde zijn winst in het laatste uur kwijt en verloor uiteindelijk 1 procent. XStrata werd 3,7 procent duurder, gesteund door een koersdoelverhoging bij Merrill Lynch.

De olieprijzen zaten voor de tweede dag op rij fors in de lift, de stijging in New York en Londen bedroeg bijna 5 procent. De oorzaak voor de prijsstijging is de verzwakking van de Amerikaanse dollar tegenover de euro. De hausse duwde de olieconcerns BP en Royal Dutch 0,5 procent hoger. Adidas won 0,1 procent tot 45,20 euro. De sportartikelenfabrikant kon dit jaar al 80 procent van zijn vooropgestelde omzet in zijn voetbaldivisie halen.