Werkzoekenden in Vlaanderen raken steeds sneller aan een job. Dat blijkt uit de jaarlijkse evaluatie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB).
Uit die evaluatie blijkt dat de VDAB de meeste vooropgestelde doelstellingen haalt. Het beoogde aandeel aan mensen uit kansengroepen dat opleidingen of begeleidingstrajecten volgt, is wel niet gehaald.

Laagste punt

De Vlaamse werkloosheid zit op het laagste punt in 20 jaar. Werkaanbiedingen zijn er genoeg in Vlaanderen: vorig jaar kreeg de VDAB 281.661 vacatures, 23 procent meer dan het jaar voordien.

Maar niet alleen de conjunctuur, ook de werking van de VDAB zorgt voor resultaten, zegt Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke (SP.A). 'De VDAB is erin geslaagd de theorie van de sluitende aanpak om te zetten in praktijk', zegt hij.

Snelheid

Niet alleen vinden meer mensen een job, ze vinden die job ook sneller. Gemiddeld was 57 procent van de werkzoekenden na zes maanden aan de slag en dat gemiddelde is zes procent beter dan in 2006.

Bij de kansengroepen - allochtonen, mensen met een arbeidshandicap of kortgeschoolden - is er ook vooruitgang, al blijven deze groepen onder het gemiddelde.

Andere criteria

Ook andere doelstellingen werden gehaald: de vacaturewerking moest 17 procent van de Vlaamse bedrijven bereiken, uiteindelijk kwamen de vacatures uit 19,4 procent van de Vlaamse bedrijven. In absolute aantallen betekent dit dat de vacaturewerking van de VDAB vorig jaar 2.000 bedrijven meer bereikte.

De evaluatie is globaal goed, zegt minister Vandenbroucke. Al blijven er aandachtspunten. De samenwerking tussen de VDAB en andere partners, zoals gemeenten, OCMW's, interimsector en pwa's kan beter. Slechts 52 procent van de partners is hierover tevreden.

Kansengroepen

Daarnaast lukt het de VDAB niet om de geplande oververtegenwoordiging van een aantal kansengroepen in de opleidingen en trajecten waar te maken. Voor allochtonen werd gemikt op een oververtegenwoordiging van 40 procent, maar dat aantal blijft steken op 25 procent.

De ondervertegenwoordiging van oudere werkzoekenden in de trajectwerking is wel voor het eerst afgenomen, maar blijft laag. Vijftigplussers zijn goed voor 15 procent van de werkzoekenden, maar ze vertegenwoordigen maar 5 procent in de trajectwerking. Voor minister Vandenbroucke toont dit aan dat er nood is aan een vernieuwd beleidskader rond oudere werkzoekenden.