Kloof arme en rijke buurten neemt toe in Vlaanderen
De kloof tussen arme en rijke buurten in Vlaanderen en Brussel is tussen 1991 en 2001 groter geworden. Dat blijkt uit de atlas van achtergestelde buurten, van het Instituut voor Sociale en Economische Geografie van de K.U.Leuven.
De vraag of armoede zich meer dan vroeger concentreert in bepaalde buurten, is moeilijk te beantwoorden. Wel is het zo dat buurten die in 1991 achtergesteld waren, er nog meer zijn op achteruit gegaan. Rijke buurten deden het anno 2001 nog beter, zegt hoogleraar Chris Kesteloot.

Probleemgebieden

Ook de regio's met de meeste achtergestelde buurten zijn dezelfde gebleven. De grootste problemen vinden we in Brussel (500.000 bewoners van arme buurten), Antwerpen (150.000), Gent (60.000) en de Limburgse mijnstreek.

In de grotere steden speelt het hoge percentage alleenstaanden een rol in de cijfers. In andere streken (Kempen, Leiestreek, Vlaamse Ardennen, Scheldeland, Waasland) speelt het feit dat er veel arbeiders wonen, een rol.

Centrum vs periferie

In de grote steden was er in 2001 minder armoede in het centrum, vergeleken met 1991. Ook in de regionale steden is er dezelfde tendens, maar minder sterk.

De armoede en achterstelling zijn in die periode wel drastisch toegenomen in de 19de-eeuwse periferie rond de grote steden.