CD&V en Open VLD hebben de keuze uit drie mogelijke regeringspartners: N-VA, LDD en SP.A.
Met de kartelbreuk hebben CD&V en N-VA een gouden zaak gedaan. Dat blijkt uit de maartbarometer van TNS Media in opdracht van De Standaard en de VRT. N-VA maakt een grote sprong voorwaarts naar 10,1 procent. Bart De Wever en co bevestigen daarmee de peiling in oktober en doen er meteen nog een schep van 3 procent bovenop. Eenderde van de Vlamingen kan zich voorstellen op N-VA te stemmen.

CD&V blijft met 20,5 procent de grootste partij. De kiezers die gebleven zijn lijken zich er niet aan te storen dat van alle verkiezingsbeloftes over goed bestuur en grote staatshervormingen niets in huis gekomen is. De partij geeft een half procent prijs tegenover de vorige peiling.

Samen komen de voormalige kartelpartners hoger uit dan ooit tevoren. Vooral in vergelijking met de Vlaamse verkiezingen van 2004 is het verschil significant. Toen behaalde het kartel 26,6 procent van de stemmen, nu zitten de twee partijen samen aan 30,6. Nipt boven de 30,2 van de federale verkiezingen in 2007, trouwens. Het is dus niet 1 + 1 dat 3 is, maar 1 én 1.

Lijst Dedecker krijgt een opdoffer van 4,4 procent en strandt op 11,8. In het LDD-kamp wordt nochtans opgelucht ademgehaald. Dit is een veel betere uitgangspositie voor de verkiezingen dan de 16 procent van de vorige peiling, zegt kopman Jean-Marie Dedecker. ‘De druk is hiermee van onze schouders. Als we die 12 procent ook echt halen, doen we het trouwens dubbel zo goed als bij de federale verkiezingen in 2007.’

De LDD-kiezers zijn veel minder trouw dan enkele maanden geleden. In oktober kon Dedecker nog 94 procent van zijn kiezers bij zich houden, nu is dat nog 67 procent. Drie op de tien LDD-stemmen vloeien naar andere partijen, in de eerste plaats Open VLD. Vlaams Belang en N-VA zijn de andere afnemers.

De strijd om het marktleiderschap speelt zich af tussen CD&V en Open VLD (19,3%). Het verschil met CD&V is niet veel meer dan één procent. De helft van de CD&V-kiezers zou een blauwe stem ook wel zien zitten en andersom geldt hetzelfde

De volgende Vlaamse regering zal hoe dan ook rond een oranje-blauwe as draaien. Zowel N-VA, LDD als SP.A (14,4%) zouden de regering kunnen aanvullen. Maar Open VLD is niet helemaal vrij van zorgen. De partij kampt met een immens personeelsprobleem. Guy Verhofstadt voert dan wel de pop poll van de populairste politici aan, maar hij is de enige liberaal die de top-10 haalt. Karel De Gucht dondert van de zevende naar de elfde plaats. De andere liberalen zitten nog verder weg: Vincent Van Quickenborne op achttien en daarachter Partick Dewael, Marino Keulen en voorzitter Bart Somers. De Vlaamse ‘boegbeelden’ Dirk Van Mechelen en Patricia Ceysens staan al helemaal onderaan de ranking.

Voor SP.A is deze barometer de zoveelste slag in het gezicht. Met 14,4 procent zakt de partij niet verder weg, maar meer positiefs kan er echt niet verteld worden. De kiezers hebben nog steeds geen oren naar het socialistische verhaal, zelfs in deze tijden van economische crisis. . De lijsttreksters Caroline Gennez, Freya Van den Bossche en Kathleen Van Brempt boezemen de kiezer geen vertrouwen in. Het zijn de oude krokodillen Johan Vande Lanotte en Frank Vandenbroucke die het populairst zijn.

Vlaams Belang gaat met deze peiling tien jaar terug in de tijd. Bij de verkiezingen in 1999 behaalde het toenmalige Vlaams Blok 15,5 procent van de stemmen, mocht er vandaag gestemd worden zou dat 15,4 zijn. De partij doet het wel 1,4 procent beter dan in de vorige peiling, maar de vergelijking die op 7 juni gemaakt zal worden is sowieso die met 2004. De partij zit bijna tien procent verwijderd van de 24,3 procent die ze toen scoorde.

Voor Groen! worden het opnieuw verkiezingen van alles of niets. Met 7,3 procent krijgt Mieke Vogels haar partij niet weg uit de gevarenzone van de kiesdrempel. Met SLP is het nog veel erger gesteld. Het micropartijtje van Geert Lambert is op sterven na dood: 0,6 procent. Een resultaat dat bij de believers in een onafhankelijke koers hard zal aankomen.