Op 23 november 2001, amper twee weken na het faillissement van Sabena, kondigde de Antwerpse zakenman Freddy Van Gaever de oprichting van een nieuwe luchtvaartmaatschappij aan. VG Airlines zou een beroep doen op geleasde vliegtuigen (Airbus A-330) en vroegere werknemers van Sabena. Van Gaever was alvast niet aan zijn proefstuk toe. Eerder richtte hij Delta Air Transport (DAT) en de Vlaamse Luchtvaartmaatschappij (VLM) op.
Van Gaever wou met VG Airlines vliegen naar de Verenigde Staten. Uiteindelijk bleek de oostkust de beste optie, met New York en Boston als eerste bestemmingen.

De toekenning van een vliegvergunning liet echter maanden op zich wachten. Van Gaever dreigde verschillende keren het hele project af te blazen, maar kon met de hulp van de Antwerpse zakenman Tony Gram en lobbyist Freddy Van Dyck uiteindelijk de nodige vergunningen binnenhalen.

Op 23 mei 2002 vloog VG Airlines naar de eerste keer naar New York. Daar werden al snel drie bestemmingen aan toegevoegd: Boston, Los Angeles en het Armeense Yerevan. Die laatste bestemming kwam er door samenwerking met Armenian Airlines. Gram, toen al gedelegeerd bestuurder van de luchtvaartmaatschappij, zag potentieel in de duizenden Armeniërs die in Los Angeles woonden en met VG Airlines naar hun thuisland konden vliegen.

Maar zelfs na de eerste vlucht bleken alle problemen nog niet van de baan. De luchtvaartmaatschappij had amper verkooppunten in België -in eerste instantie uitsluitend via een callcenter- en kon al helemaal geen tickets verkopen in de VS. In het midden van een reclamecampagne besliste VG Airlines bovendien haar naam te veranderen in Delsey Airlines, naar het koffermerk van eigenaar Tony Gram.

De bezettingsgraad viel tegen, waardoor Boston niet langer rechtstreeks werd aangevlogen. De financiële problemen stapelden zich op: Delsey had geld tegoed van het nagenoeg failliete Air Holland en van Armenian Airlines. Sinds 24 oktober stonden de vliegtuigen van Delsey Airlines aan de grond.