De Amerikaanse centrale bank heeft de rente op 2 procent gehouden, ondanks de inflatiedruk.
Het was al de tweede keer op rij dat het Federal Open Market Committee, het beleidsbepalende comité van de Federal Reserve, besliste de rente ongemoeid te laten. Tussen september 2007 en april 2008 verlaagde de Federal Reserve de rente zeven keer om de Amerikaanse economie te stimuleren en de financiële sector door de kredietcrisis te loodsen.

Maar de taak van de centrale bank is er niet gemakkelijker op geworden omdat niet alleen de economie vertraagt, maar inmiddels ook de inflatie maar blijft oplopen. Wanneer de Federal Reserve de rente nog eens zou verlagen, zou die inflatiedruk nog toenemen.

Daarom gaan er, ook binnen de centrale bank zelf, stemmen op die eerder pleiten voor een renteverhoging. Daarmee kan weliswaar de inflatie misschien wat in toom gehouden worden, maar een hogere rente dreigt dan weer de economische groei nog meer af te remmen en het de banken nog moeilijker te maken.

Ben Bernanke, de voorzitter van de Federal Reserve, staat daarmee voor een heus dilemma.

De economische vooruitzichten zijn er bovendien niet beter op geworden sinds de laatste rentevergadering van de Federal Reserve op 25juni. 'De arbeidsmarkt is verder verzwakt', zei de Fed gisteren in een verklaring. 'De kredietschaarste, de aanhoudende daling van de woningprijzen en de hoge energieprijzen zullen waarschijnlijk wegen op de economische groei.'

Dat de olieprijs de voorbije weken fors is gedaald, geeft misschien uitzicht op een daling van de inflatie de komende maanden. Maar zeker is dat niet: 'Het comité verwacht dat de inflatie later dit jaar en volgend jaar zal afzwakken, maar de evolutie van de inflatie blijft zeer onzeker', aldus nog de verklaring.

Later deze week buigen ook de Europese Centrale Bank en de Bank of England zich over hun rentebeleid. Zij staan voor een gelijkaardig dilemma als de Federal Reserve, en economisten verwachten dat ook zij de rente onveranderd zullen laten.