Milieuproblemen als klimaatswijziging, watergebrek en luchtvervuiling moeten 'zeer dringend' opgelost worden. Dat vindt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De organisatie schat de kosten in de strijd tegen de milieuproblemen als betaalbaar in.
De OESO berekende dat de wereld een groot deel van die problemen tegen 2030 kan oplossen met iets meer dan 1 procent van de mondiale rijkdom. Dat komt neer op een vermindering van de economische groei met 0,03 procent per jaar. 'Dat is een zeer lage prijs', zegt secretaris-generaal van de OESO, Angel Gurria.

In 2030 is de wereldeconomie met milieuvriendelijke maatregelen 97 procent groter dan in 2005, in plaats van de bijna 99 procent zonder initiatieven. In dat scenario is de uitstoot van stikstof en zwavel met een derde verlaagd. Bovendien stelt OESO tegen 2030 een vermindering van de toename van broeikasgas-emissies met een derde voorop.

Wanneer de milieuproblemen niet onmiddellijk worden aangepakt, zullen de kosten veel hoger uitvallen. 'Zonder politieke maatregelen lopen we gevaar het ecologische fundament voor duurzame economische welvaart in de volgende jaren onomkeerbaar te beschadigen.'

De traditioneel economisch conservatieve OESO van dertig geïndustrialiseerde landen wil onder meer een ecobelasting, verhandelbare emissierechten en wettelijke instrumenten om milieuvriendelijke technologieën concurrentieel te maken.

In een globale strijd tegen de opwarming van het klimaat rekent OESO ook op de medewerking van snel groeiende landen als China, India, Rusland en Brazilië. Het energieverbruik van die landen zal tegen 2030 met 72 procent stijgen, tegen de 29 procent in de dertig OESO-landen.