UTRECHT - De criminele activiteit via internet is de laatste jaren geëxplodeerd en geprofessionaliseerd. 'Cybercriminelen verdienen veel geld en de kans dat ze gepakt worden is erg klein. Hierdoor wordt het probleem steeds groter. Regeringen zouden internationaal samen moeten werken om het probleem te bestrijden.' Dat zegt cybercrime-expert Mikko Hyppönen van antivirusbedrijf F-Secure.
De Fin werd dit jaar door het Amerikaanse blad PC World gekozen tot een van de vijftig meest belangrijke mensen op internetgebied. Afgelopen week was Hyppönen in Nederland voor de Infosecurity beurs, een beurs voor beveiligingssoftware.

Geen pubers meer Hyppönen heeft in zijn ruim vijftienjarige carrière in de industrie twee belangrijke ontwikkelingen gezien. 'Vroeger waren hackers tieners die het voor de lol deden, nu is het geprofessionaliseerd en gaat er veel geld in om, vaak verdient een cybercrimineel duizenden dollars per dag.' Dat doen ze door het versturen van spam, waar opdrachtgevers grof geld voor betalen, en door het stelen van bijvoorbeeld creditcardgegevens.

Daarnaast is het spioneren via internet in opmars. 'Slimme hackers kunnen via internet aan allerlei gevoelige informatie komen.' Weliswaar is de kans niet groot dat een bedrijf of organisatie het slachtoffer wordt van spionage, maar als het gebeurt is het een ramp. 'Er is bijvoorbeeld ingebroken in het systeem van het Europese Parlement en het Britse Parlement. Ook zijn diverse bedrijven waarvan ik de naam niet kan noemen getroffen. Het wordt meestal stil gehouden.'

Boswachter wordt stroper

Politie en regeringen zouden volgens Hyppönen internationaal moeten samenwerken om cybercriminelen te bestrijden. 'Er zitten te weinig goede internetexperts bij de politie en als er iemand bij zit die goed is, verdwijnt hij waarschijnlijk snel naar een plek waar meer geld te verdienen is. Ik ken zelfs twee gevallen waarin een bestrijder van cybercriminaliteit overstapte naar de andere kant. Dat is heel gevaarlijk', zegt Hyppönen.

Het probleem van cybercriminaliteit is voor een deel ook een sociaal probleem, vindt hij. 'Ik denk dat ongeveer driekwart van de cybercriminelen uit ontwikkelingslanden en achterstandsgebieden komt, zoals delen van Rusland en het platteland van China. Door iets te doen aan sociale ongelijkheid, pak je het probleem bij de wortel aan.'

'Beveiliging moet dienst worden'

De verantwoordelijkheid voor het beschermen tegen virussen en hackers ligt volgens Hyppönen niet bij computergebruikers. 'Van iedereen wordt gevraagd om steeds meer via internet te doen: stemmen, bankieren, belastingaangifte doen. Je kunt niet verwachten dat oude mensen of tieners beveiligingssoftware kunnen installeren en deze onderhouden.'

'Veiligheid op internet zal meer en meer een totaalpakket moeten worden. De verantwoordelijkheid voor veiligheid zou moeten liggen bij de fabrikanten van besturingsprogramma’s zoals Microsoft en bij makers van beveiligingssoftware, zoals wij. Internetbeveiliging moet een dienst worden', aldus Hyppönen.

Virus op telefoon

Een nieuwe ontwikkeling is volgens hem de opkomst van mobiele virussen. Hackers kunnen inbreken in telefoons en dan vanuit die telefoon tekstberichten sturen of dure telefoontjes plegen, zonder dat de gebruiker het door heeft. 'Deze merkt het pas als hij de telefoonrekening krijgt. Er zijn nu twee virussen bekend, maar ik verwacht dat dit in de toekomst veel groter wordt. Vooral smartphones, die een verbinding hebben met internet, worden erdoor getroffen.'