KUFA - Het Amerikaanse leger en de militie van de radicale sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr zijn vandaag overeengekomen hun manschappen terug te trekken uit de heilige steden Najaf en Kufa en de veiligheid daar in handen te geven van de Iraakse politie.
Enkele uren nadat de terugtrekking had moeten beginnen waren de manschappen van Al-Sadr echter nog steeds aanwezig bij het belangrijkste sjiitische heiligdom in Najaf, het graf van Imam Ali. Zij vertelden alleen opdracht te hebben gekregen hun wapens niet meer te laten zien.

Het nieuws over het akkoord werd bekendgemaakt door de gouverneur van Najaf, Adnan al-Zurufi. ,,Alle strijdkrachten, die van de Coalitie en die van het (Al-Sadrs) Leger van Al-Mehdi, moeten de twee heilige steden verlaten en zorgen dat geen van hun manschappen er nog terugkomt'', zei hij.

De commandant van de Amerikaanse troepen, Brad May, zei dat de Amerikanen erin toe hebben gestemd zich terug te trekken tot de periferie van de ,,gevoelige gebieden'' van Najaf en Kufa, zoals de omgeving van het graf van Imam Ali en de moskee van Kufa. Wel zullen zij vanuit hun nieuwe posities blijven patrouilleren en verkenningsmissies uitvoeren.

Al-Zurufi heeft de Amerikanen verzekerd dat de mannen van Al-Sadr zich zover hebben teruggetrokken dat reguliere Iraakse troepen de steden binnen kunnen trekken. In een verklaring van Al-Sadr die namens de radicale geestelijke werd voorgelezen in de moskee van Kufa, waar hij normaal preekt, werd niet gerept van een akkoord met de Amerikanen. In plaats daarvan leverde Al-Sadr kritiek op de Iraakse interim-regering. Hij zei dat Amerika ,,onbeschaamd en van bovenaf'' een premier en een president heeft benoemd onder de dekmantel van de Verenigde Naties. ,,De regering moet worden gekozen en minder dan dat zal ik nooit accepteren'', zei Al-Sadr.

De hoogste geestelijk leider van Irak, Ali al-Husseini al-Sistani, heeft de nieuwe regering die VN-gezant Lakhdar Brahimi dinsdag heeft gepresenteerd steun toegezegd, op voorwaarde dat zij de bevolking voor zich weet te winnen door echte soevereiniteit te verwerven, de veiligheid te herstellen, uiterlijk 31 januari verkiezingen te organiseren en het lijden van de Iraakse bevolking te verlichten.