GENÈVE - De Sudanese regering treedt niet op tegen de Arabische Janjaweed-milities die grote aantallen vrouwen verkrachten in de door een burgeroorlog verscheurde regio Darfur. Dat heeft de een woordvoerder van de VN-mensenrechtenorganisatie UNHCHR vandaag gezegd.

Waarnemers van de Verenigde Naties krijgen grote aantallen meldingen binnen over verkrachtingen in Darfur, aldus UNHCHR-woordvoerder José Diaz. De informatie wordt doorgespeeld aan de Sudanese autoriteiten, maar die doen daar niets mee en geven het leger of de politie geen bevel op te treden tegen de Janjaweed-milities. Behalve van verkrachtingen worden de milities ook beschuldigd van plunderingen, moord, brandstichting en ontvoeringen. De meldingen van de VN hebben betrekking op de maand november.

Door niet op te treden tegen de Janjaweed-milities schendt de Sudanese regering afspraken met de VN over de beteugeling van het conflict in Darfur, dat aan naar schatting zo’n zeventigduizend mensen het leven heeft gekost en tot 1,8 miljoen vluchtelingen heeft geleid.