ISLAMABAD - De Pakistaanse president Pervez Musharraf heeft zaterdag de noodtoestand in Pakistan afgekondigd. Volgens Musharraf bevindt Pakistan zich op een 'gevaarlijk knooppunt': de autoriteit van de regering zou bedreigd worden door moslimextremisten en terroristen.
Musharraf zei dat de regering gewoon aanblijft en dat de democratie hopelijk kan worden hersteld na de parlementsverkiezingen, die voor januari op het programma staan.

De president zei met spijt te moeten constateren dat 'sommige elementen obstakels in de weg leggen van de democratie'. Dat gebeurde, zei hij, 'om persoonlijk belangen en om Pakistan te schaden'.

Musharraf, die in 1999 door een militaire staatsgreep aan de macht kwam, ziet zijn leiderschap aangetast door een steeds kritischer hooggerechtshof en toenemend moslimextremisme. In de proclamatie waarin hij de noodtoestand afroept beschuldigt hij sommige rechters ervan de uitvoerende macht tegen te werken en af te doen aan de vastberadenheid van de regering om het terrorisme te bestrijden.

'Extremisten lopen vrij rond', zei hij en hij beweerde dat 61 terroristen op last van het hooggerechtshof op vrije voeten waren gesteld. Daarmee verwees hij kennelijk naar een zaak waarin opperrechter Mohammed Chaudhry, die na het uitroepen van de noodtoestand door Musharraf werd vervangen, optrad tegen het vasthouden van verdachten door de inlichtingendienst zonder dat er een aanklacht tegen hen was ingediend.

'Niemand weet of een van die vrijgelaten personen achter recente bomaanslagen heeft gezeten', zei Musharraf.

Hij zei ook dat sommige particuliere tv-zenders, die na het uitroepen van de noodtoestand uit de lucht werden gehaald, hadden bijgedragen aan de sfeer van onzekerheid in het land.