Vlaams minister van Economie en Innovatie, Fientje Moerman (Open VLD), trekt de komende vier jaar 28.803.000 euro uit voor Flanders’ DRIVE II. Dat innovatieprogramma moet de concurrentiekracht van de Vlaamse voertuigindustrie op de wereldmarkt verhogen, zegt Moerman.
Het innovatieprogramma moet verder gaan dan louter productie en assemblage. ‘Er moet worden nagedacht over het product en het productieproces’, zegt de minister. De onderzoeksagenda van Flanders’ DRIVE II zal zich focussen op vier domeinen: manufacturing van voertuigen en componenten, lichtgewichtmaterialen die zorgen voor minder verbruik en dus CO2-vriendelijker zijn, actieve veiligheidssystemen in en om de wagen en schone aandrijftechnologieën.

‘De uitbouw van deze vier kerncompetenties versterkt het innovatieve karakter van de voertuigindustrie in Vlaanderen en vergroot de concurrentiekracht van onze bedrijven op de wereldmarkt’, legt Moerman uit. ‘Deze nieuwe financiële impuls moet Flanders’ DRIVE als competentiecentrum naar het internationale niveau tillen. De nieuwe middelen bieden het platform de kans om de samenwerking met andere regio’s die een sterke voertuigindustrie hebben, verder uit te bouwen.’

Via onderzoek in de vier domeinen wil Moerman ook een nauwe samenwerking tussen industrie en onderzoeksinstellingen realiseren. De invulling zal gebeuren via een projectmatig aanpak, gebaseerd op businesscases die door de industrie worden uitgewerkt in samenwerking met Flanders’ DRIVE, Agoria Vlaanderen en met ondersteuning van het Instituut voor Wetenschap en Technologie (IWT).

Flanders’ DRIVE bestaat zes jaar. Het is in die tijd uitgegroeid tot hét innovatieplatform voor de voertuigindustrie in Vlaanderen en telt 160 leden. In de gebouwen van busbouwer Van Hool in Lier werd Flanders’ DRIVE II woensdag officieel gelanceerd tijdens een academische zitting.