België slaagt er nog altijd niet in om de Lissabon-doelstelling inzake vroege schoolverlaters te halen. Nog altijd telt België 12,2 procent jongeren die de eerste cyclus van het middelbaar onderwijs niet afmaken.
Dat is 2,5 punt boven de EU-doelstelling van tien procent. In 2006 bedroeg het Europees gemiddelde 15,3 procent of een lichte verbetering in vergelijking met 17,3 van 2000.

Om de economische groei te bevorderen en van Europa een competitief continent te maken, werden de Lissabon-criteria bedacht. Daarnaast begon de Unie intensief op het onderwijs te focussen. Er werden diverse doelstellingen (benchmarks) geformuleerd om de kennismaatschappij in de steigers te zetten. Eén van die doelstellingen is de vroege schoolverlaters tot tien procent te verminderen.

Een andere benchmark slaat op de essentiële vaardigheden van jongeren. Lezen, bijvoorbeeld. In 2003 stelden de lidstaten zich tot doel het aantal 15-jarigen dat slecht kon lezen tegen 2010 met ten minste 20 procent te doen dalen. Dit in vergelijking met 2000. Het land dat hier veruit het beste scoort, is Finland. Slechts 5,7 procent van de jongeren heeft er leesproblemen. Met 11 procent komt Ierland op de tweede plaats, net voor Nederland dat op 11,5 procent komt. België doet het hier minder goed en werd in 2003 met 17,8 procent afgevlagd. Vooral in de zuiderse landen worden problematische scores genoteerd. In Griekenland zat in 2003 nog steeds met 25,2 procent 15-jarigen met ernstige leesproblemen.

Opmerkelijk is ook dat Duitsland in deze slecht presteert en nog steeds tegen 22,3 procent probleemlezers aankijkt.

Interessant is ook dat jongens hier significant slechter scoren dan meisjes. Een verschil van zowat 11 procentpunt. De behoorlijke Belgische score heeft misschien met de grote participatie aan het kleuteronderwijs te maken. Met 100 procent deelname staat België hier aan de Europese top, samen met Frankrijk, Italië en Spanje. In Duitsland gingen in 2005 slechts 84,6 procent van de peuters naar school en dat zou een verklaring voor de leesachterstand kunnen verklaren. Dat wordt dan weer tegengesproken door Finland. Hier gaat slechts 46,9 procent van de kleuters naar school en toch lezen de 15-jarigen er het best van de hele Unie.

In 2005 ging 85,7 procent van de Europese 4-jarigen naar school. In het kader van Lissabon werd afgesproken het aantal gediplomeerden in de bètawetenschappen in 2010 met 15 procent te doen stijgen. Dat betekent 170.000 extra-gediplomeerden over de hele periode 2000-2010. Volgens het zopas vrijgegeven evaluatierapport van de Commissie wordt deze doelstelling zeker gehaald. De kans is groot dat de Europese Unie in 2010 één miljoen bèta-gediplomeerden telt. In 2005 waren het er 860.000.