Nobelprijs geneeskunde voor Marshall en Warren
Robin Warren (links) en Barry Marshall (rechts) in 1997 Foto: epa
STOCKHOLM - De Nobelprijs voor geneeskunde is vandaag toegekend aan de Australiërs Barry Marshall en de Australiër Robin Warren voor hun onderzoek naar de rol van bacteriën bij gastritis en maagzweren.
De twee krijgen de onderscheiding voor de ontdekking van de maagbacterie ’helicobacter pylori’. Aan de Nobelprijs voor de Geneeskunde is dit jaar een bedrag van 1,1 miljoen euro verbonden.

Ongeveer de helft van de wereldbevolking is met de maagbacterie ’helicobacter pylori’ besmet. Bij sommigen leidt dat tot het krijgen van maagzweren, in het slechtste geval zelfs maagkanker. Dankzij de ontdekking door Marshall en Warren kon een antibioticakuur ontwikkeld worden. Er is ook een ademtest op de markt.

In 2004 ging de Nobelprijs voor de Geneeskunde naar Richard Axel en Linda Buck, twee Amerikaanse wetenschappers. Zij kregen de onderscheiding voor hun verklaring van de reukzin. De onderzoekers ontdekten een familie van ongeveer 1.000 verschillende genen, die aanleiding geven tot het ontvangen van geuren in de neus.

,,Een beetje overdonderd''

,,Het is natuurlijk het beste dat een medisch onderzoeker kan overkomen. Het is gewoon ongelooflijk'', zei Marshall vanuit Perth, waar hij en Warren met familieleden bijeen waren. Warren zei opgetogen, maar ook een beetje overdonderd te zijn door het nieuws. Warren ging in 1999 met pensioen, Marshall is tegenwoordig als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van West-Australië in Nedlands, ten zuiden van Perth.

Warren, een inmiddels gepensioneerde patholoog uit Perth, ontdekte als eerste dat bij patiënten met maagzweren onder in de maag vaak kleine, kromme bacteriën aanwezig waren en dat in de buurt daarvan meestal infecties te zien waren.

Marshall, destijds een jonge onderzoeker, raakte geïnteresseerd in Warrens onderzoek en samen begonnen zij weefselmonsters van honderd patiënten te bestuderen. Pogingen om de onbekende bacterie te kweken mislukten tot Warren in 1982 tijdens de paasdagen per ongeluk een kweek in zijn laboratorium achterliet die na vijf dagen wel tot ontwikkeling bleek te zijn gekomen. Aanvankelijk wilde de medische stand er niet aan.