De olieprijs blijft records breken: donderdag rond 11 uur moest in Londen voor een vat ruwe Brent-olie (Noordzee) 146,34 dollar worden betaald, terwijl op hetzelfde moment in New York 145,43 dollar moest worden neergeteld voor een vat Light Sweet Crude. De Saoedische minister van Olie zegt alvast 'ongerust' te zijn over de olieprijs.
De scherpe prijsstijgingen van woensdag en donderdagvoormiddag zijn te wijten aan een onverwachte daling van de Amerikaanse olievoorraden. In de voorbije week daalde het aantal vaten waar de VS over beschikken, met 2 miljoen tot een totaal van nog 299,8 miljoen vaten. Volgens het Amerikaanse Energiedepartement (DoE) is dat 15,3 procent minder dan vorig jaar.

Ook de zwakke dollar en de vrees voor bevoorradingsproblemen in de Golf, waar Iran waarschuwde voor scherpe reacties als het door de VS of Israël zou worden aangevallen, jagen mee de olieprijs de hoogte in.

De Saoedische minister van Olie Ali al-Nouaïmi sprak donderdag zijn 'ongerustheid' uit over de steeds hoger stijgende olieprijs. Dat deed hij op het 19de Wereldoliecongres in Madrid. 'Hebben wij geen aandacht voor de prijzen? Toch wel, en dat is precies de reden waarom koning Abdallah op 20 juni een vergadering in Djedda heeft bijeengeroepen', verklaarde al-Nouaïmi.

Dinsdag zei koning Abdallah van Saoedi-Arabië al dat de consumenten zich moeten aanpassen aan de hoge olieprijzen.

'Wij zijn zeker voorstanders van dialoog' tussen consumenten en producenten, zei al-Nouaïmi nog in Madrid.