In oktober 2006, de meest recente maand waarvoor gegevens beschikbaar zijn, lag het gemiddelde brutomaandloon in België op 2.766 euro per maand.
Dat blijkt uit statistieken van de Federale Overheidsdienst Economie. Het cijfer van 2.766 euro per maand is het gemiddelde maandloon over alle beroepscategorieën, opleidingsniveau's, leeftijden en geslacht. Tegenover oktober 2005 is dat een stijging van 2,3%.

Wie in Brussel werkt mag op het eind van de maand gemiddeld naar een wat voller loonzakje uitkijken. Daar lag het gemiddelde loon op 3.201 euro. Vlaanderen tikte af op 2.715 euro, Wallonië op 2.574.

Uit de cijfer blijkt duidelijk dat er nog steeds een flinke loonkloof bestaat tussen mannen en vrouwen. De gemiddelde man verdient in België zo'n 2.846 euro. Een vrouw moet met 2.491 euro genoegen nemen. Eén lichtpuntje: de loonsprong tegenover een jaar eerder lag bij vrouwen op 4,4%. Bij mannen was dat maar 1,4%.

Ook de leeftijd (en daaraan gekoppeld de ervaring) is een sterke differentiator voor de lonen. Wie jonger is dan twintig moet met gemiddeld 1.854 euro per maand tevreden zijn. Tussen 35 en 39 jaar is het loon al gestegen naar 2.814 euro. Wie na zijn zestigste nog aan de slag is, strijkt zowat 3.625 euro per maand op.

Dat betekent dus dat een gemiddelde loontrekker die een hele carrière aan het werk blijft, op ongeveer een verdubbeling van zijn startersloon mag rekenen. Opvallend is dat in Brussel het startersloon onder het Belgische gemiddelde ligt en dat cijfer pas in de leeftijdscategorie 25-29 jaar inhaalt. In Vlaanderen is een min-twintigjarige dan weer iets beter af wat loon betreft.

De FOD Economie maakte ook een opsplitsing naar opleidingsniveau. Daaruit blijkt - niet onverwacht - dat langer studeren later loont. Wie geen of enkel lager onderwijs genoot, krijgt op het eind van de maand gemiddeld 2.353 euro van zijn werkgever.

Vreemd genoeg ligt dat cijfer nog lager voor enkel naar het lager secundair ging: 2.300 euro. Met een diploma hoger secundair uit de ASO-richtingen stijgt het loon naar 2.450 euro. TSO en BSO doen het zelfs nog iets beter: 2.497 euro.

Hoger, niet-universitair onderwijs volgen, laat op het loonbriefje gemiddeld 3.090 euro achter. Universitair of hoger onderwijs van het lange type al 4.265 euro. Wie na de universiteit nog verder studeerde mag rekenen op gemiddeld 5.013 euro.

Naargelang de positie in een bedrijf, stijgt ook het loon evenredig. Een bedrijfsleider of hoger kaderpersoneel gaat op het eind van de maand met gemiddeld 5.596 euro naar huis. Bedienden moeten het met 2.607 euro stellen, montagearbeiders met 2.427 euro.

Kiezen voor een bepaalde bedrijfstak kan ook een heel verschil maken. Wie in de horeca werkt, moet op niet meer dan gemiddeld 2.026 euro rekenen. In de bouwnijverheid ligt het gemiddelde maandloon op 2.416 euro. Wie delftstoffen wint, krijgt 2.660 euro gestort.

De productie en distributie van elektriciteit, water en gas brengt 3.358 euro op. Het best af zijn echter de werknemers in de financiële sector met een gemiddeld maandloon van 3.591 euro.