De drie Amerikanen die samen met de politica Ingrid Betancourt door het Colombiaanse leger zijn bevrijd uit de handen van de rebellenbeweging Farc zijn gisteravond laat in Texas aangekomen en naar een ziekenhuis overgebracht. Daar worden ze verenigd met hun families.
De drie, Marc Gonsalves, Thomas Howes en Keith Stansell, werden in februari 2003 door de rebellen gevangengenomen toen hun vliegtuig was neergestort in de Colombiaanse jungle.

Ze werkten voor een dochterbedrijf van Northrop Grumman, dat Colombia in opdracht van het Pentagon terzijde stond in de strijd tegen de drugshandel en de rebellen.

Stilzwijgen

Terwijl Frankrijk alles in het werk stelde om Betancourt, die behalve de Colombiaanse ook de Franse nationaliteit heeft, vrij te krijgen deed de Amerikaanse regering er vrijwel het zwijgen toe over eventuele inspanningen ten behoeve van het drietal.

Hun families zochten uiteindelijk de publiciteit om zich te beklagen over het schijnbare gebrek aan interesse voor de gijzelaars bij de regering. Op een bepaald moment leek de Venezolaanse president Hugo Chavez zich zelfs harder voor de Amerikanen in te spannen dan wie dan ook in Washington.

Betrokken

Achter de schermen waren de Amerikanen echter wel degelijk betrokken bij de pogingen om de gijzelaars te bevrijden. De VS gaf voor miljarden dollars steun aan het Colombiaanse leger en naar verluidt werden er de afgelopen jaren diverse gezamenlijke reddingsoperaties gepland, maar gingen die steeds niet door omdat het gevaar dat de gijzelaars gedood zouden worden te groot was.

Vorige maand nog zei de Colombiaanse minister van Defensie Juan Manuel Santos dat soldaten de drie Amerikanen hadden gespot in de jungle in het zuiden van het land, maar dat ze alweer uit zicht waren voor er een reddingspoging kon worden ondernomen.

De Amerikaanse ambassadeur in Colombia, William Brownfield, zei gisteren dat het Amerikaanse en Colombiaanse leger nauw hebben samengewerkt bij de reddingsoperatie.