AARLEN - Indien Michel Nihoul de leider was van een bende misdadigers die met drugshandel bezig was, dan deed hij dat in het kader van een politie-infiltratie. Dat heeft meester Xavier Attout vanmiddag in zijn pleidooi voor Michel Nihoul voor het assisenhof van Aarlen gezegd.
Het feit dat hij de rijkswacht op de hoogte bracht van zijn betrokkenheid bij die bende, nog voor er strafbare feiten gepleegd werden, valt volledig onder de ,,verschoningsgrond'' die voorzien is in artikel 326 van de strafwet en waardoor Nihoul vrijuit gaat, redeneerde Attout. Daarom wil de advocaat de jury tijdens hun beraadslaging een bijkomende vraag laten voorleggen over het feit of Nihoul op basis van dat wetsartikel inderdaad aan een bestraffing kan ontsnappen.

De jury zal deze vraag pas moeten beantwoorden indien ze ja antwoordt op de vraag of Nihoul überhaupt deel uitmaakte van een bende die zich met drugs, autozwendel, valse papieren, wapens en Oost-Europese prostituees bezighield. Advocaat Frédéric Clément de Cléty noemde die tenlastelegging eerder vanmiddag een ,,lege vuilnisemmer''.

Deze kwestie staat echter helemaal los van de tenlastelegging van bendevorming in verband met de ontvoering van kinderen. Daar vraagt de verdediging van Nihoul aan de jury om in ieder geval neen te antwoorden. Attout illustreerde het verschil tussen die twee vragen over bendevorming en ontvoeringen enerzijds en criminele activiteiten allerhande anderzijds, met twee tekeningen elk op de keerzijde van een taartkartonnetje.

Met de uiteenzetting van Attout werd ook een punt gezet achter alle pleidooien in de zaak-Dutroux. Volgende week worden de replieken gevoerd.