Advocaat benadrukt ,,beperkte rol'' Michel Lelièvre
Volgens Frédéric Clément de Cléty is de getuigenis van de Vlaamse familie waardeloos. Foto: epa
AARLEN - Vandaag eindigen op het proces-Dutroux de pleidooien. Eerst was het woord aan de advocaat van Michel Lelièvre. Die benadrukte de beperkte rol van zijn cliënt. De advocaat van Michel Nihoul pleitte dat de regels van het strafrecht in Aarlen volledig worden omgekeerd. ,,Normaal is de bewijslast een zaak van het openbaar ministerie, maar hier moet mijn cliënt zijn onschuld bewijzen'', zei Frédéric Clément de Cléty.
,,De bewijsvoering tegen Nihoul is opgebouwd zoals men op zaterdag kan gaan shoppen in de supermarkt'', pleitte de Cléty. Men neemt een rot stuk fruit en een schoen met een fabricatiefout. En aan de kassa beweert men dan wat een bende misdadigers is me dat hier''.

Toch ging de advocaat in op de bewijsvoering tegen Nihoul in verband met de ontvoeringen die, voornamelijk door de advocaten van Laetitia Delhez, naar voren werd gebracht. Volgens Clément de Cléty toont het onderzoek onomstotelijk aan dat Nihoul onmogelijk in Bertrix geweest kan zijn tijdens de dagen voor de ontvoering van Laetitia Delhez. Hij hekelde de volgens hem twijfelachtige verklaringen van de Vlaamse familie die Nihoul aanvankelijk de dag van de ontvoering in Bertrix meende gezien te hebben.

,,Die familie beweert ongeveer één op drie ontvoeringen in België te hebben meegemaakt'', schertste de advocaat over de verklaringen van de familie in andere dossiers.

Indien Laetitia inderdaad ,,besteld'' was door Nihoul, dan was Sabine dat evenzeer, redeneerde de advocaat. Sabine zat echter 81 dagen in Marcinelle opgesloten, werd herhaaldelijk door Dutroux verkracht, maar zag nooit iemand anders, ook niet Nihoul.

Ten slotte merkte de advocaat op dat Dutroux, die maar al te graag de schuld in andermans schoenen schuift, acht jaar lang heeft beweerd dat enkel Martin en Lelièvre op de hoogte waren van de ontvoeringen.

,,Lelièvre speelde beperkte rol''

Oivier Slusny heeft vanmorgen tijdens een pleidooi van anderhalf uur de beperkte rol onderstreept die zijn cliënt Michel Lelièvre volgens hem gespeeld heeft in de hele zaak. Hij vroeg de jury om Lelièvre vrij te spreken voor de opsluitingen en folteringen.

Ook wat de bendevorming betreft, ging Slusny voor de vrijspraak. Lelièvre bekent de drugshandel en de ontvoeringen, ook al onderstreepte Slusny dat zijn cliënt enkel drugs dealde om met de winst ervan in zijn eigen behoefte te voorzien en zijn schulden af te betalen.

De advocaat is ervan overtuigd dat Lelièvre de opsluitingen niet gewild heeft en dat hij niet op de hoogte was van de folteringen die de meisjes moesten ondergaan. De jury kan volgens Slusny perfect Lelièvre hiervoor vrijspreken, ook al was zijn cliënt een tijd met An en Eefje, die toen verdoofd waren, alleen op een parking langs de snelweg.

De glimlach van de schaamte

Slusny had het ook over het feit dat zijn cliënt schijnbaar geen spijt heeft betuigd tegenover de slachtoffers en hun families en altijd met een glimlachje op het gezicht in de zaal is verschenen. ,,Het is de glimlach van de schaamte'', zei Slusny, ,,en zijn spijt zal hij op discrete wijze na het proces betuigen tegenover de slachtoffers''.