Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zullen hun strijd tegen het terrorisme in Jemen en Somalië opvoeren als gevolg van de mislukte aanslag op 25 december op een lijnvlucht naar Detroit, kondigt Downing Street zondag aan.
'Downing Street en het Witte Huis hebben beslist om de gezamenlijke acties van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op te voeren om de oprukkende terroristische dreiging in Jemen en Somalië te counteren', zo staat te lezen in een persbericht van Brits premier Gordon Brown.

De Nigeriaan Umar Farouk Abdulmutallab probeerde op kerstdag een toestel van de luchtvaartmaatschappij Northwest Airlines te doen ontploffen kort voor zijn landing in Detroit. Hij zou getraind en uitgerust zijn geweest door een netwerk van Al-Qaeda in Jemen.

De Britse premier Brown en de Amerikaans president Obama hebben sinds 25 december geregeld telefonisch onderhandeld over de maatregelen, geeft het persbericht aan. Een van de initiatieven waarover premier Brown en president Obama het eens zijn geraakt, is de financiering van een speciale antiterreureenheid in Jemen, aldus Downing Street. 'In Somalië achten we een vredesmacht belangrijker en nodig', vervolgt het communiqué.

Momenteel is de Afrikaanse vredesmacht Amisom werkzaam in Somalië. 5.300 soldaten zijn aanwezig in het land. De al-Shabaab-beweging, radicale islamisten, zwaaien de plak in een groot deel van het land, en de fragiele overgangsregering heeft slechts controle over bepaalde gebieden en over enkele wijken van de hoofdstad Mogadishu.