Bijna een maand na de aanval van een Israëlisch gevechtsvliegtuig op een doel in Syrië heeft Israël de aanval toegegeven.
‘Vliegtuigen van de Israëlische luchtmacht hebben ongeveer een maand geleden een aanval uitgevoerd op Syrië’, zo verklaarde een militair woordvoerder vandaag in Tel Aviv. Verdere details werden niet bekendgemaakt.

Tot nog toe had Israël berichten over de aanval op 6 september aan militaire censuur onderworpen. Israëlische media mochten enkel over de aanval berichten onder aanhaling van buitenlandse media.

Het blijft echter onduidelijk wat precies het doelwit van de aanval was en of de aanval succesvol was. Al deze gegevens blijven onder militaire censuur staan, luidt het in Tel Aviv. Syrië heeft de aanval al scherp veroordeeld en ontkent dat er werkende militaire installaties getroffen zijn.

In Amerikaanse media werd gespeculeerd dat het doelwit van het Israëlische bombardement deel uitmaakte van een ‘geheime nucleaire samenwerking tussen Syrië en Noord-Korea’. Die twee landen ontkennen ten stelligst dat er zo’n samenwerking bestaat.

De Syrische president Bashir al-Assad verklaarde maandag in een interview met de BBC dat de aanval bewijst dat ‘Israël instinctief gekant is tegen vrede’. Syrië zou zich ook het recht voorbehouden om ‘een gepast antwoord’ te geven, niet noodzakelijk van militaire aard, zo klonk het nog. Volgens Assad werd er bij de aanslag alleen een in onbruik geraakte militaire installatie getroffen.