Kortfilmcollecties rond één thema lonen zelden de moeite. Het kaf laat een vervelende nasmaak na en het koren is dun gezaaid. Zeggen dat Paris, je t'aime de uitzondering op de regel is, zou wat overdreven zijn. Het is hoe dan ook een kunstmatige affaire om aan twintig filmmakers te vragen elk een filmpje van vijf minuten in te blikken over 'Paris' en 'l'amour'. Maar de beperking van de locatie werpt vruchten af: in tegenstelling tot andere voorbeelden uit het genre geeft Paris, je t'aime geregeld de indruk een samenhangend geheel te vormen. En er zijn sowieso ergere dingen in het leven dan twee uur lang naar Parijs te zitten kijken door de ogen van onder anderen Joel en Ethan Coen, Wes Craven, Alfonso Cuaron, Gus Van Sant, Tom Tykwer en Olivier Assayas. Toch is lang niet elke film even goed. Het is zelfs de grootste filmmakers ter wereld niet altijd gegeven om in vijf minuten tijd hun meesterlijke ding te doen. Joel en Ethan Coens Tuileries, waarin Steve Buscemi zijn weg probeert te zoeken in de metro van Parijs, is uiterst grappig en cinematografisch sterk, maar zoek er vooral niets achter. De films waar wél een Groot Idee achter zit, zijn overigens niet per definitie de sterkste uit de reeks. Al mag Loin du 16ème van Walter Salles en Daniela Thomas (over een illegale vrouw die haar kind elke ochtend in de kribbe dropt om voor de kroost van een ander te gaan zorgen) er zeker zijn.

Op een drietal uitzonderingen na zitten er geen echte stinkerds tussen. Dus kabbelt Paris, je t'aime twee uur lang rustig voort. Zonder echt te verrassen, maar gelukkig ook zonder te vervelen.