De ziekteverzekering keurde een minimum begroting goed. Maar misschien vindt de aftredende regering dat nog teveel.
 De ziekteverzekering (Riziv) heeft een begroting voor 2008 zonder dat een regering formeel tussenbeide kwam. De aftredende regering had wel gewaarschuwd dat alleen dringende en onvermijdelijke meeruitgaven mochten geboekt worden.

In het Riziv-verzekeringscomité stemde gisteren een meerderheid in met het begrotingsvoorstel dat de ziekenfondsen hadden uitgewerkt. Naast de ziekenfondsen stemden ook apothekers en tandartsen voor. Ziekenhuizen, artsen en kinesisten stemden tegen.

De Algemene Raad met daarin vertegenwoordigers van de regering moet zich ook nog over het voorstel buigen. Omdat de aftredende regering niets nieuws meer mag beslissen, kunnen haar vertegenwoordigers daar enkel verdedigen dat alleen dringende en onvermijdelijke extra uitgaven mogen gebeuren. De ziekenfondsen zwakten hun voorstel af tot wat zij denken dat ‘absoluut nodig en onvermijdbaar is’. De aftredende regering kan dit eventueel nog verder terugschroeven.

De voorlopige begroting gaat wel uit van de groei van 4,5 procent die de vorige regering voor de vorige jaren toestond. De uitgaven stijgen dan met 680 miljoen tot 21,39 miljard euro.

Maar omdat een aantal partijen – vooral Vlaamse – voor de verkiezingen een inperking van die groei vroegen, kan men die groei niet zomaar doortrekken. Om de nieuwe regering niet schaakmat te zetten, zet het ziekenfondsvoorstel 300 van die 680 miljoen tijdelijk opzij (ofschoon die ziekenfondsen een groei met ‘minstens 4,5 procent’ verdedigden). Een echte regering moet de keuzen maken, is de redenering.

Van de 380 miljoen euro die al wel zouden uitgegeven worden, zou 67 miljoen naar de artsen gaan, 25 miljoen naar de kinesisten, 21 miljoen naar de tandartsen en 34 miljoen naar de ziekenhuizen.

Onder meer de artsen, de ziekenhuizen en de kinesisten vonden dat ‘flagrant te weinig’. Ze stemden tegen maar bleven een minderheid: 15 aanwezigen stemden tegen, 26 voor.

De artsenvakbond ASGB vindt een herwaardering van de honoraria van onder meer de huisartsen, de psychiaters, de kinderpsychiaters en de pediaters dringend nodig ‘om de uittocht uit het beroep te stoppen’. Wachten is niet verantwoord, luidde het.

De woordvoerders van de ziekenhuizen stelden onder meer dat ze met die begrotingsbeperkingen voor 2008 de tariefzekerheid van de patiënten niet kunnen garanderen en dat het onmogelijk is daarmee een aantal gezondheidsberoepen opnieuw aantrekkelijk te maken.