Tijdens zijn verhoor door de voorzitter van het Antwerpse assisenhof heeft de negentienjarige Hans Van Themsche ook het relaas gedaan van zijn fatale tocht door de straten van Antwerpen op 11 mei 2006.
’s Morgen kleedde hij zich in het zwart en scheerde hij zijn haar af om niet herkend te worden. ‘Ik had ergens gelezen dat jachtwapens vrij te koop zijn. Als dat niet zo zou zijn geweest, als ik bijvoorbeeld vijf dagen had moeten wachten op een wapen, dan was het drama nooit gebeurd’, beweerde Van Themsche.

Op de vraag van de voorzitter waarom de beschuldigde eerst nog in een speciale winkel een riem en een kogelzakje ging kopen, antwoordde Van Themsche: ‘als ik de kogels in mijn broekzak had moeten steken, zou dat nogal onhandig geweest zijn’.

De beschuldigde vertelde hoe hij eerst naar de Groenplaats wandelde om daar allochtonen neer te schieten, maar hij bedacht zich omdat er teveel kinderen rondliepen. Ook ging hij de kathedraal binnen, op zoek naar een plek om zijn pas gekochte wapen uit te pakken. Ook daar was echter te veel volk. In een steegje laadde hij dan zijn wapen.

Van Themsche wilde allochtonen neerschieten, om dan zelf doodgeschoten te worden door de politie. ‘Ik zie het als zelfmoord plegen door mensen neer te schieten. Het was er mij in hoofdzaak om te doen om zelf neergeschoten te worden, en in mijn achterhoofd speelde mee dat ik wilde sterven in een gevecht’. Hij voegde er aan toe: ‘Het is enorm laf, ik verafschuw hoe ik toen dacht.’

Op de vraag van de voorzitter hoe hij bij zo’n plan was gekomen, antwoordde de beschuldigde dat hij dat niet weet. ‘Dat plan was er opeens en dat bleef hangen.’

‘Als je neergeschoten wou worden, waarom ben je dan niet gewoon met je geweer op een agent afgestapt? Waarom heb je mensen neergeschoten?’, wilde voorzitter Michel Jordens weten. ‘De politie zal altijd proberen om iedereen levend uit zo’n situatie te krijgen. Door mensen neer te schieten, wilde ik het signaal geven dat ik gevaarlijk ben, zodat ze mij dood zouden schieten’, luidde het antwoord van Van Themsche.

Toen hij de Turkse Songul Koç had neergeschoten, voelde Van Themsche naar eigen zeggen zijn ademhaling en hartslag versnellen. ‘Nu kan ik niet meer terug’, ging het door hem heen. Hij wandelde voort en kwam de Malinese Oulematou en de peuter Luna Drowart tegen. Oulematou versnelde haar pas toen ze zag dat Van Themsche een geweer vasthield. ‘Ze keek mij aan over haar schouder. Ik keek recht in haar ogen toen ik haar neerschoot’, zei de beschuldigde.

Emotioneel voegde hij er aan toe: ‘Ze lag in de goot en beefde. Dat was een angstaanjagend zicht’. Daarna richtte hij het geweer op Luna en schoot hij de peuter neer. ‘Ik dacht dat ze trauma’s zou overhouden aan de feiten’.

‘Daarna ben ik weggewandeld. Als ik nog iemand van vreemde origine was tegengekomen, had ik waarschijnlijk opnieuw geschoten’, stelde Van Themsche. Daarop kwam Van Themsche een politieagent tegen. ‘Ergens was ik opgelucht omdat het nu gedaan ging zijn’. Nadat de agent drie keer tevergeefs had gevraagd dat Van Themsche zijn wapen zou weggooien, schoot hij Van Themsche neer.

Gevraagd wat het meest emotionele moment van de dag van de feiten was, antwoordde Van Themsche: ‘de drie keer dat ik heb geschoten’. In eerdere verklaringen had Van Themsche nog gezegd dat zijn ontmoeting met de agent het meest emotionele moment was geweest.