De Verenigde Staten hebben in 2006 de meeste wapens verkocht aan ontwikkelingslanden. Dat blijkt maandag uit 'Conventional Arms Transfers to Developing Nations', een rapport van de Amerikaanse regering.
De studie, die werd uitgevoerd door de ongebonden Congressional Research Service en maandag in de krant The New York Times gepubliceerd wordt, stelt dat bijna 36 procent van de vorig jaar door ontwikkelingslanden gekochte wapens door de VS verkocht werden, voor een waarde van 10,3 miljard dollar (7,2 miljard euro).

In totaal verkocht de VS wapens ter waarde van 16,9 miljard dollar (11,8 miljard euro), wat neerkomt op 41,9 procent van de wereldmarkt en een stijging van 3,4 miljard dollar (2,4 miljard euro) tegenover 2005, aldus het rapport. De oorlogen in Irak en Afghanistan leidden tot een enorme verkoop aan de buurlanden.

Op de tweede plaats staat Rusland met meer dan 28 procent marktaandeel, voor een bedrag van 8,1 miljard dollar (5,7 miljard euro). Als derde volgt Groot-Brittannië met 3,1 miljard dollar (2,2 miljard euro), of bijna 11 procent.

De top-3 blijft ongewijzigd tegenover 2005.

Pakistan grootste koper

Meer dan 60 procent van de wereldwapenmarkt, die goed is voor ongeveer 28,8 miljard dollar (20,2 miljard euro), betrof ontwikkelingslanden. Dat is zowat 9 procent minder dan in 2005 met 31,8 miljard dollar (22,3 miljard euro).

Uit de studie blijkt dat Pakistan de grootste koper was in 2006 met 5,1 miljard dollar (3,6 miljard euro), gevolgd door rivaal India met 3,5 miljard dollar (2,5 miljard euro). Saoedi-Arabië bezet de derde plaats met 3,2 miljard dollar (2,2 miljard euro).

Vorig jaar werd wereldwijd, zowel in de ontwikkelde landen als in de ontwikkelingslanden, voor 40,3 miljard dollar (28,3 miljard euro) aan wapens verhandeld, wat een daling van 13 procent is in vergelijking met 2005.

Vooral Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Italië verkochten bijna de helft minder wapens aan ontwikkelingslanden.