NEW YORK _ De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zal het olie-voor-voedselprogramma voor Irak met slechts één maand verlengen. In de tussentijd probeert de Raad het eens te worden over een nieuw sanctiebeleid.
Het olie-voor-voedselprogramma is sinds 1996 van kracht en staat Irak toe om olie uit te voeren in ruil voor voedsel, medicijnen en andere essentiële levensbehoeften. Normaal wordt het programma elk half jaar verlengd, maar met het oog op een nieuw sanctieregime is nu voor verlenging met een maand gekozen.

Wijziging

Groot-Brittannië en de Verenigde Staten willen het programma wijzigen. Ze vinden dat Irak in principe alles moet kunnen invoeren, zonder toestemming van de Verenigde Naties vooraf. Wapens en producten die een militaire bestemming kunnen krijgen, zouden verboden moeten blijven.

De drie andere permanente leden van de Veiligheidsraad (Frankijk, China en Rusland) willen dat de sancties helemaal verdwijnen. Het huidige VN-sanctieregime zou de gewone Irakezen onredelijk hard treffen.

Russische ambassadeur

De Russische ambassadeur bij de VN toonde zich gisteren tevreden over de uitkomst van de onderhandelingen. Volgens hem is de basis geschapen voor een verandering van de sancties tegen Irak.

Irak zelf dringt al jaren aan op opheffing van de sancties. Het land dreigde donderdag de oliekraan dicht te draaien als het olie-voor-voedselprogramma met een maand zou worden verlengd.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig